|
Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur. Rhythm of Life op weg
Portugal, juli-augustus 2008
We vertrekken 18 juli vanuit onze ankerplaats in de Ria de Vigo vroeg in de ochtend met een lekkere wind kracht 5 uit het noord oosten. De wind is zuidelijk en zwak als we de Portugese grens overgaan. Jammer genoeg valt al snel na de middag de wind volledig weg. Uiteindelijk varen we de laatste uren op de motor en leggen aan in Viana do Costello zo'n 30 mijl van de Spaans/Portugese grens. In 2007 was Viana samen met Povoa het keerpunt (letterlijk) in onze 3 maands reis. Bekend terrein Tijdens onze laatste dagen in Povoa valt ons het haventerrein op. Eerder kwamen we het nog niet zo tegen. Straks, meer zuidelijk zal het beeld zich ongetwijfeld herhalen. Het is redelijk goedkoop en kent een goede verbinding via het vliegveld van Porto met West-Europa. Het gevolg is dat er redelijk wat jachten liggen van West-Europese eigenaren die achtergelaten zijn en die maar enkele weken per jaar worden gebruikt. In de schaduw van een dergelijke haven ontstaan vaak, op het land, gemeenschappen van jachten die voor langere tijd aan hun lot overgelaten zijn. Scheef gezakt op wat balken en een ton; soms met het gras kniehoog naast de kiel. Soms ook wapperen de resten van wat vroeger een fiere natievlag moet zijn geweest nog op het hek. Een polyester schip heeft onder de waterlijn blazen en open plekken. Een duidelijk voorbeeld van "bootjes"acne; Een ferrocement met een doorlopende kiel toont met een bergje gruis een ernstige vorm van betonrot. Een enkele boot staat droog zonder al verlaten te zijn. Tussen de drijvers van een catamaran ligt een perkje met wat bloemen en wat groente. Een hond schuilt voor de zon. Twee fietsen staan te roesten. De was wappert aan een lijn naar de buurboot, scheef en zonder roer. Iedere schip kent z'n verhaal. Een gemeenschap van gebroken dromen, materiaal moeheid en scheuren in de relatie. Toen we hier in 2007 waren stonden ze er al; in 2009 staan ze er vast nog.
In Leixoes blijven we een dag liggen. De eerder gerepareerde zeewaterpomp van de motor blijkt zelfs als de motor stilstaat met geopende buitenkraan, wederom te lekken. Na een nacht woelen staat Diederik al vroeg in de morgen op om voor de zoveelste keer naar de motorlekkage te kijken. Tijd voor een forse ingreep. De oude waterpomp eruit gesloopt en vervangen door het nieuwe reserve exemplaar dat we bij ons hebben voor het geval dat. Na een paar uur zit de nieuwe pomp erop en zijn de resultaten van het proefdraaien hoopgevend. Hopelijk hebben we nu de echte oorzaak van de lekkage te pakken! Bij de as van de oude waterpomp zit behoorlijk wat speling, vermoedelijk is het daarlangs steeds meer gaan lekken. De oude pomp nemen we in het najaar wel mee naar Nederland om na te gaan of we hem met behulp van de revisieset nog een nieuw leven kunnen geven. Later in de week vervangt Diederik ook nog de brandstofpomp die voor de generator is gemonteerd (generator probleem). Of dit geholpen heeft is nog niet duidelijk. Diederik popt voor de derde keer de giek aan het lummelbeslag (vorige reparatie hield het twee weken uit) en buigt één van de scepters in de zeereling recht (manoeuvreerfoutje, eerste keer pas dit jaar). Het mag duidelijk zijn dat de zin af en toe ernstig weg zakt als je weer je monteuroverall aan moet trekken in plaats van een zeilbroek. Gelukkig is er op technisch vlak ook nog tijd voor vernieuwing. De schroefdraadspindels voor het derde anti-insluiprooster zijn gedraaid en de laatste LED-lampjes die door de voormalig collega's Hans en Hussein in april uit Ohio zijn meegenomen zijn inmiddels ook geplaatst in de halogeenspotjes en geven een mooi warm wit licht. En .......ze verbruiken inderdaad maar een fractie van de stroom van een halogeen lampje (Sensibulb, www.scadtech.com). Tussen de bedrijven door leest Diederik Geert Mak, In Europa uit. Vroeg hij zich in Spanje bij het zien van oude mannen steeds af aan welke kant ze tijdens de burgeroorlog stonden. In Portugal vraagt hij zich steeds weer af wat de oude mannen deden tijdens de Anjerrevolutie.
Cascais/Lissabon In Nazare viel het ons op dat Portugezen iets hebben met circussen (en met feesten in z'n algemeenheid). Er gaat geen stad of dorp voorbij of het circus komt, staat er of is net weg. In Povoa zijn we een paar weken geleden getuige van het opbouwen van het circus dat een maand blijft staan. In Figueira staat het circus er al en rijdt de geluidswagen rond. In Nazare maken ze het helemaal bijzonder. Bij binnenkomst was net de laatste dag van het circus. De volgende dag wordt alles afgebroken. De dag daarop, als we langs het voormalige circusterrein lopen, staat er te midden van een paar wagens slechts nog een grote wagen met leeuwen. Gewoon een eenvoudig dranghek erbij zodat je niet onmiddellijk je vingers door de tralies kan steken. Verder geen beveiliging. 's Middags als we er weer langslopen blijken de leeuwen niet de laatste bewoners van het circus te zijn maar de eerste van het volgende circus. Het hele terrein staat weer vol wagens en caravans en er wordt alweer hard getrokken aan de masten van de grote tent. In een tent bij de weg staan alweer de struisvogels, miniponys en de onvermijdelijke buffel. In Cascais blijven we twee dagen liggen en bezoeken Lissabon en Sintra. De rit met de trein van Cascais naar Lissabon is leuk. Langs de kust en de rivieroever van de Tejo slinger je geleidelijk naar Lissabon. Al vanuit de trein zie je een aantal van de voor Lissabon meest kenmerkende monumenten. Het duurt in Lissabon even voor we de juiste route te pakken hebben maar al snel vinden we onze weg naar de diverse wijken met hun verschillende karakters. We beperken ons tot de meest centrale wijken met hun winkelstraten, smalle huizen en straatjes, de lift van Eifel, de kathedraal en z'n grote hoeveelheid pleinen, fonteinen en monumenten. We treffen de warmste dag tot nu toe en lopen met 36 graden zoveel mogelijk in de schaduw. Versleten eten we 's avonds in Cascais in een klein visrestaurantje een heerlijke kabeljauw van de grill.
Terug nemen we vanuit Sintra de bus naar Cascais. Na ruim een uur, in tegenstelling tot de rit in de ochtend van twee uur, komen we via een mooie landelijke route, weer in Cascais. Na twee dagen Cascais hijsen we de zeilen en varen naar Sines waar we om kwart voor negenen, precies in de schemering, aankomen. We gebruiken de tijd in Sines om de tweede brandstofpomp van de generator achter het voorfilter te plaatsen. Mogelijk lost dit de al lang bestaande generatorstoringen op. De tijd zal het leren. De volgende dag besluiten we ook het oude zeewaterpomp vraagstuk op de hoofdmotor aan te pakken. Het zit ons toch niet lekker dat de zeewaterpomp als zo snel het leven liet. Diederik is 5 uur bezig om de warmtewisselaar te ontkoppelen, schoon te maken en weer te monteren. De warmtewisselaar blijkt compleet verstopt met de resten van een "drooggelopen" impeller die we in 2004 hebben doen overlijden. Dit zou niet alleen de snelle slijtage aan de koelwaterpomp verklaren maar ook de stoom we die bij hogere toerental uit de uitlaat komt. Algarve
Op 13 augustus komen Ingeborg en DirkJan in Zuid Portugal aan boord. Voor het zover is hebben we nog wel wat mijlen te varen. We verlaten Sines vroeg in de morgen. Klaar voor de laatste 65 mijl. Helaas weer eens heel veel motoruren aangezien de voorspelde wind langdurig achterwege blijft. Pas bij de Cabo San Vicente loopt de wind op en kan er fatsoenlijk gezeild worden. Jammer genoeg is het dan nog maar een halfuurtje voor de beoogde ankerbaai. We ankeren in de baai bij Sagres (36.59,975N/08.56,571W) midden in de valwinden (tot 30 knoop) en liggen de hele nacht aan ons anker te rukken in de Ensenada de Sagres. We zien regelmatig dolfijnen rond de boot. Soms zijn het er twee of drie, maar meestal zijn het groepen van tussen de 5 en 15 stuks. Tot 3 keer toe tracteren de dolfijnen ons op een aantal mooie sprongen zo'n honderd meter van de boot. Het blijft een mooi gezicht. Het sleutelwerk aan de motor lijkt resultaat te hebben. Bij normale belasting rookte hij na 4/5 uur motoren nog steeds niet! Helaas is het sleutelwerk aan de generator nog niet succesvol. Het houdt ons nog steeds stevig bezig. Na een fluitende nacht in de baai bij Sagres, Christien doet midden
in de nacht de oordopjes maar weer in, in de loop van de ochtend
vertrokken richting de lagune van Alvor. Bij het ronden van de kaap bij
Lagos varen we vlak langs een aantal kliffen die in de loop van de tijd
geërodeerd zijn waardoor er
allerlei grotten en tunnels in zijn ontstaan.
De laatste dagen varen we langs historische plaatsen. Passeerden we in Lissabon al de Toren van Belem; In Sines treffen we de geboortegrond van Vasco di Gama en in Sagres liggen we vlak onder de resten van de zeevaartacademie van Hendrik de Zeevaarder, boven op de rotsen van Ponta Sagres. Bijzonder is de 15e eeuwse windroos. Helaas is er door toedoen van Sir Francis Drake en een aardbeving is 1755 weinig meer van over dan een kleine kapel en een wat brokkelige (noord)muur. De Portugezen eren Vasco di Gama. Op zich is dit vreemd want zowel de Portugezen, als de met hen in die tijd concurrende volken (Spanjaarden, Nederlanders, Engelsen) hebben in de zelfde periode aanmerkelijk heldhaftiger zeehelden opgeleverd die heel wat onverschokkener ontdekkingsreizen hebben ondernomen. De rol van Vasco di Gama oogt wat overbelicht omdat hij slechts het laatste stuk van de zeeroute naar India heeft ontgonnen ( de eerste delen, om de Kaap tot en met de Oost Afrikaanse eilanden, werden eerder door anderen al verkend). Mogelijk is het het economisch belang van zijn daden, het openen van de handelsroute naar India, Cochin, wat hem z'n zeeheldenstatus heeft bezorgd. Alvor houdt ons een dagje vast. Helaas beginnen de oude problemen met de buitenboordmotor weer opnieuw. We passen de bougies aan maar dit geeft nog geen resultaat. De buitenboordmotor blijkt na gebruik niet meer opnieuw te starten en moet eerst één/twee uur afkoelen(?) voor ie weer gestart kan worden. Het eruit draaien van de bougies, een aantal keren "droogstarten" en daarna met bougies erin opnieuw starten lijkt wat te helpen. Blijft echter een vervelend probleem. Diederik haalt Christien, met boodschappen, vanwege de weigerende buitenboordmotor roeiend op. Met een vrij krachtige wind varen we de 12e naar Olhoa. We ankeren in de laguna van Faro/Olhoa (36.59,970N/07.50,656W)precies in de aanvliegroute van het vliegveld in Faro. Verse bemanning De volgende dag varen we op ons gemak, om Ingeborg en Dirkjan op te halen, 3 mijl door een soort waddengebied naar Olhao. De plaats is er duidelijk niet op ingericht "gast"jachten te ontvangen. Eigenlijk zijn we nergens welkom. Dankzij de hulpvaardigheid van een Duitser kan Christien de steiger af en de stad in om Ingeborg en DirkJan bij het station op te halen. Hij geeft ze zowel heen als terug een lift naar het niet zo heel dichtbij gelegen station. Hoewel ze links en rechts wel wat vertraagd zijn komen onze gasten uiteindelijk toch redelijk op tijd aan. Daarna de boot aan een andere steiger gelegd die niet met een groot hek richting wal is afgesloten, zodat er boodschappen gedaan kunnen worden voor we weer terugvaren naar de ankerplaats. Overal om ons heen zijn locals op de drooggevallen platen opzoek naar schaal/schelpdieren.
De volgende dag met de bijboot naar Tavira om het stadje te bekijken en boodschappen te doen. Een woelig en nat tochtje al surfend op de boeg- en hekgolven van voorbij racende speedbootjes, taxibootjes en veerponten. Iedereen wordt wel ergens nat, maar gelukkig droogt alles in het zonnetje weer snel. Tavira een aardig stadje met de geijkte smalle straatjes met kinderkopjes of wit met zwarte kleine steentjes, wit gepleisterde huisjes en stralend blauwe luchten. Op een terrasje lekker wat gegeten en gedronken, foto's gemaakt en daarna weer een halfuurtje met boodschappen terug naar de boot. De ankerbaai loopt inmiddels stampend vol en we brengen een extra anker uit om onze zwaairuimte te beperken. We worden ernstig belaagd door de muggen. Vooral Ingeborg moet het ontgelden. Binnen 10 minuten worden we binnen en buiten belaagd door een muggeninvasie. Snel alle horren erin, Ingeborg met de elektrische vliegenmepper in de weer. Helaas hebben we ze lang niet allemaal te pakken.
We varen door naar de rivier bij Vila Real de Santo Antonio.
Inmiddels ontwikkelen Ingeborg en DirkJan zich tot rasvissers. De 19e zetten we ze weer op de trein naar Lissabon. Met een brok in de keel nemen we afscheid van ze na een hele gezellige week en gaan wij ons klaarmaken voor het vervolg van de reis richting Marokko. We varen nog een klein stukje Spaanse kust voor we oversteken.
|
|
aan de |