Op weg....
We wachten op de Kaap Verden op een goed weerwindow om
over te steken naar Senegal/Dakar.
Op 9 december is het zover. We vertrekken om 11.00 utc van de Kaap
Verden/Sal/Palmeira, op weg naar Senegal/Dakar. De te zeilen afstand is 358
mijl. Bij ons vertrek, net als we tussen Boa Vista en Sal doorvaren zien we in
de verte een school grienden. Helaas is de koers strak aan de wind. Hebben we al
maanden niet meer gedaan. We eten erwtensoep. Zit in de voorraad en moet
binnenkort op. Verder weinig zeeleven. Zonsondergang is mooi.
Op 10 december 11.00 utc, is onze positie 15.53,045N/21.04,874W, we hebben
nog 223 mijl te gaan. De eerste nacht en de eerste 135 mijl zijn weer achter de
rug. Zo'n eerste nacht, zeker als je strak aan de wind vaart is weer even
wennen. Van de aangekondigde winddraaiing naar het noordnoordoosten hebben we
nog niet veel gemerkt. We varen wat onder onze koerslijn. De nacht is mooi met
een flinke maan die zeker tot 6.00 utc aan de horizon staat.
Een paar vliegende vissen hebben zich in de nacht vergist bij het landen en
liggen nu in het gangboord. Een enkeling heeft de pech met z'n vleugels te
blijven liggen voor de waterdoorvoer in de voetrail. Zielig genoeg. Even
vleugels intrekken en je kunt weer door met het leven. We maken ze aan de vislijn. Je weet maar nooit wat
dat nog oplevert. 's Avonds halen we de lijn leeg binnen. We zijn nog steeds
geen vissers.
11 december is om 11.00 utc onze positie 15.15.83N/19.18.62W Nog ruim 100
mijl te gaan naar Dakar. In de nacht is de maan bijna vol. We worden een flink
geplaagd door de wind, die behoorlijk meer in de oosthoek blijft zitten dan
voorspeld. Gevolg is dat we strak aan de wind moeten varen en alles al 2 dagen
onder een hoek van 15/20 graden moet plaatsvinden. Samen met de behoorlijke wind
betekent dit dat je ook niet lekker in je zeebedje ligt zo schuin. Maar ach nog
1 dag te gaan en dan is alles weer zo vergeten. We komen weer een aantal
vliegende vissen tegen op het dek. Vannacht kwam er een binnenvliegen en landde
op de kuipbank. Omdat hij nog leefde maar snel weer teruggegooid in het water.
Waarschijnlijk is hij met de schrik van afgekomen.
Op 12 december om 7.00 utc kunnen we eindelijk het anker in de grond leggen.
We liggen in de baai van Dakar midden tussen een 40-tal andere boten. 95% van de
boten is franstalig; althans de bemanning. Gelukkig hebben we de laatste 12 uur
van de oversteek geleidelijk een iets ruimere koers kunnen varen. Het comfort
neemt daardoor duidelijk toe. We zijn na 2,5 dag strak aan de wind varen
inmiddels, ook letterlijk, wat ziek van het ongemak.
Bij de aanloop van Dakar passeren Ile de Gorée. Eén van de belangrijkste
slavendoorvoercentra in de 15e tot 19e eeuw. Nederlandse kooplieden gaven het
z'n naam (Eiland van de Goederede). Dankzij een intensieve lobbycampagne is het
als "attractie" bij de hoofdstad Dakar een werelderfgoed geworden. Een van de
weinige echt originele gebouwen is het museum van de slavernij. Verder is het
vooral een toeristen attractie en een eiland waar de jetset graag woont. Zo
heeft de filantroop/financier George Soros er een huis.
We varen in de laatste uren van de nacht de baai binnen. Geen enkele van de
boten heeft een ankerlicht waardoor ze pas laat voor de boeg opduiken. We
omzeilen nog een paar onverlichte piroques en een enkel wrak waarvan de mast
boven water steekt voor we enige minuten later in het eerste ochtendlicht kunnen
ankeren. Later komen we ook in de baai tussen de geankerde boten nog
verschillende wrakken tegen.

Dakar
Na een uurtje slaap pakken we de draad op van de gang naar de autoriteiten.
Achtereenvolgens bezoeken we de jachtclub (CVD), maken we kopieën, bezoeken de
politie en brengen een bezoek aan de douane. We hebben het geluk een collega
"aankomer" te treffen. Zoals alle Europeanen hier is het natuurlijk een Fransman
die ons in rap frans feilloos langs de hindernissen weet te praten.
De tijd lijkt stilgestaan te hebben. De inrichting en gebruiken dateren van kort
voor de onafhankelijkheid in 1960. We worden keurig met pen en carbonpapier
ingeschreven in het grote boek. Een scheurlatje helpt ons aan het recu van onze
inschrijving in het boek bij de douane. Het ademt de geest van "De Avonden" of
van "Het Bureau (Voskuyl). Aan het eind van de dag zijn we weer aan boord,
volledig ingeklaard en ingeschreven.
We treffen
het bij ons bezoek aan de autoriteiten. Links en rechts horen we de oproep tot
gebed. Natuurlijk, het is vrijdag, voor de Islam de dag van het belangrijkste gebed.
This is Africa... Regelmatig vallen deze woorden (in het Frans natuurlijk)
als we weer ergens moeten wachten, als er ...tig formulieren nodig zijn om 14
dagen in Senegal te mogen verblijven, als de man van het taxibootje ons pas na
een uur op komt halen. Kortom men neemt er de tijd voor. We zullen er aan moeten
blijven wennen ondanks de weken die we de afgelopen maanden al in Afrika hebben
doorgebracht.
De entree van een land is altijd weer bijzonder. We liggen in een open
ankerbaai met een stevige noordoosten wind. De boot gaat op en neer en rukt aan
z'n anker. Zelfs bij 20 knoop wind staan er om de boot al behoorlijke kopjes op
de golven. Om bij de wal te komen vaart een taxibootje van de jachtclub de
opvarenden op en neer naar de wal. Het bootje vaart als je de aandacht weet te
trekken met een toeter, alleen toeteren tegen de wind in is weinig effectief.
Pas na een uur hoort de man ons en komt ons ophalen. Het bootje springt op en
neer. Er rest dus slechts een sprong naar beneden op het gladde voordekje, snel
door de knieën en naar achter kruipen en plaats nemen op het randje van het
bootje. Aan de wal aangekomen gaat het in omgekeerde volgorde bij de vaste
trap naast de houten steiger die over de branding heen naar het strand loopt.
En dan... Sta je met je blote voeten in het mulle zand, midden tussen de
visnetten en de piroques die veilig voor de branding op het strand getrokken
zijn.

Met je blote voeten in het zand, of zo als wij de eerste keer, netjes
aangekleed met overhemd, blouse en lange broek. De official wil graag met
respect bejegend worden.
De rijk beschilderde piroques zijn een lust voor het oog, rank, lang en smal
zijn deze vissersbootjes waarmee de vissers dagelijks uitvaren in de baai.
Meteen achter het strand is de jachtclub. Gelegen in een groene bosrijke
omgeving met wat verspreide gebouwtjes. Ieder gebouwtje heeft z'n functie, de
zeilmakerij, de wasserij, de motorenwerkplaats, dinkyrepair, de meubelmaker. De
bar ligt als epicentrum te midden van dit alles. Van de jachtclub zoals we die
kennen is weinig te vinden. Het is eerder een markt van vraag en aanbod. De
zeilers vinden een plaats om aan de wal te komen, de Senegalezen een plaats om
hun diensten aan te bieden. Tot plezier van de Fransen is er zelfs een plaats
waar Petanque gespeeld kan worden.

Her en der zien we op het strand weer de nodige honden liggen. In
tegenstelling tot de Kaap Verden zien we hier ook weer een aantal katten
rondstruinen. Valt weer mee. We eten een hapje op het terras. Een familie van 6
katten houdt ons gezelschap. Als we klaar zijn en ons omdraaien is in een
oogwenk de rest van de maaltijd weg.
Net als in (zuidelijk) Marokko vindt de handel weer plaats op straat. Talloze
stalletjes langs de kant van de weg, soms ook "garage"winkeltjes. Meteen bij de
uitgang van de jachtclub staan al een aantal groente en fruitstalletjes. We
kunnen onze versvoorraad weer aanvullen. Samen met Omar loopt Christien een
rondje apotheken. Jaren geleden hebben we in Egypte een goed en krachtig middel
gekocht tegen maag en darmklachten. Het lijkt handig daar nog wat van aan te
schaffen. In Europa is het niet te krijgen. Zou er wat met het middel aan de
hand zijn? Onderweg bekend Omar aan Christien dat hij graag een blanke vrouw wil
trouwen. We hebben niets voor hem kunnen betekenen.
Terug aan boord besluiten we dat we 's avonds
het ankerlicht aan zullen doen. Dat men zonder ankerlicht ankert, vinden we
gevaarlijk. We zullen daarom de Fransen het goede voorbeeld geven en steken 's
avonds braaf ons ankerlicht aan...... Tot er een kwartier later op de boot wordt
geklopt. De man van het taxibootje: Of we nog mee komen. Als je 's avonds het
ankerlicht aan doet betekend dat "Ik wil opgehaald worden en naar de wal". We
hebben het licht de andere nachten maar uitgelaten.
De 30/40 boten in de baai vertegenwoordigen een bont gezelschap. Het aantal
"gelikte" mooie boten is beperkt. Het merendeel zijn boten waaraan de "ervaring"
van de boot, net als van de vaak alleen varende schipper is af te lezen. Beide
hebben vaak een baard en een verweerd uiterlijk. Fransen hebben de naam in de
meest bijzondere boten de wereld rond te varen. De baai bij Dakar is daar in
ieder geval een goede afspiegeling van. Sommige boten zijn duidelijk al maanden
niet meer van hun plaats geweest. De schipper is zich gaan hechten.
Of hij ooit nog verder trekt is de vraag.
We laten door een
twee locals, Lamin en Omar, op de zeilclub een cover voor de bijboot maken. Zo
zijn de tubes beter beschermd voor het UV-licht en de vaak ruwe kades en
steigertjes waar we soms met de bijboot tegen aanliggen. Na twee dagen is de
cover klaar. Het ziet er goed uit.
Nadat Diederik wat buikgriep heeft verwerkt trekken we verder. We melden ons
wederom bij de autoriteiten. Ditmaal voor ons uitreisstempel zodat we op weg
kunnen naar Gambia. De Police de Port heeft speciaal voor zeilers een apart
loket, Voiliers. In de gang voor we weer in de taxi stappen wisselen we nog even
geld vanuit de grote broekzak van Diederik naar de kleine broekzak van Christien.
Onmiddelijk worden we omringt door 5 vrouwen die allemaal geld vragen.
Vanuit de taxi naar Dakar valt op hoe contrastrijk Senegal
is. Een kleine smid heeft langs de weg in het stof z'n openlucht werkplaats
terwijl achter hem een grote showroom staat met de grootst mogelijke squads,
waterscooters, trekkers, shovels, en vorkheftrucks. Een mega KIA dealer zetelt naast een kleine
brommerreparateur in de openlucht. Net als in alle niet westerse landen die we
de afgelopen jaren hebben bezocht is ook hier de overkill aan losse, door de
wind alle kant uitgeblazen, plastic zakjes weer een plaag. Overal zwerven ze
rond.
De dag voor vertrek vraagt Omar of hij een paar schoenen mag hebben. Voor de
Afrikaan die alles loopt is een paar schoenen goud waard. Met moeite leggen we
hem uit dat Diederiks straatschoenen alleen maar bij de kajuit ingang staan
omdat we geen "buiten"schoenen mee naar binnen willen nemen in verband met de
kakkerlakken. Niet om ze weg te doen.
Onderweg naar Gambia bezoeken we eerst nog de benedenloop van de rivieren de Saloum, Diomboss en Bandiala voor we de grens met Gambia oversteken en de Gambia
rivier op gaan. De Saloum delta is één van de Senegalese nationale parken en met
de achterliggende rivieren is het één van de meest ongerepte en onbewoonde
gebieden van het land. Het landschap bestaat uit mangroven en kreken. Het krioelt er van
de vogels( maraboes, reigers, pelikanen), vissen en schaaldieren.
Saloum Delta
Dianouar Marigot de Gokhor/ Sine Saloum;
Een trip van 60
zm brengt ons naar het nationaal park van de Saloum delta. We zijn vroeg op om
de trip bij daglicht te kunnen varen. Een wekker is niet nodig. Kennelijk zijn
we in de nacht zo gedraaid dat we met het zwaard aan de grond lopen. Vanwege het
gerol in de binnenlopende deining hebben we het zwaard net vannacht weer eens
laten zakken. Een schurend geluid wekt ons eerder dan we gepland hadden. Nadat
we het zwaard weer wat ophalen kan ook het anker eruit. We kunnen het nog net
onder een buurboot uitvissen zonder de bemanning te wekken.
De eerste uren hebben we een lekker wind waardoor we goed kunnen opschieten.
Tegen de lunch valt de wind snel weg en moet de motor aan. Langs de kust varen
we een slalom om alle vissersboeitjes. Lang is onduidelijk of er netten tussen
zitten of lange lijnen aan hangen.
Uiteindelijk, als we volledig ingebouwd zijn
in de vissersstaken (we kunnen alleen nog achteruit) besluiten we het er op te
wagen en tussen de vlaggen door te varen in plaats van er omheen. Een goed keus
blijkt later. Onderweg spoelen we weer eens de resten van de zoveelste Harmatan
van ons dek. Langzamerhand ziet de boot er niet meer uit. Het dek is schoon te
spoelen, de verstaging, het lopend want en de nieuwe schurftplattingen niet. Je
zou bijna gaan verlangen naar een grote regenbui.
Om 18.00 lopen we de rivier aan volgens de aanwijzing uit de West Afrika
pilot, op het punt 13.54,687N/16.45,879W kruisen we, met nog 3 meter water onder
de kiel, het weggeslagen schiereiland en steken we de rivier op. Hoewel het
belang van de rivier de laatste jaren duidelijk is afgenomen door de aanleg van
een aantal wegen die aansluiten op de snelweg van Dakar naar Banjul is de
bebakening op de rivier nog steeds in orde. Hoewel wat karig verdeeld liggen er
op de meest cruciale punten toch nog steeds boeien. Sommige zijn ten opzichte
van de kaart flink verschoven anderen zijn opgenomen.
Het gebied waarin we varen
is een combinatie van de Wadden (verschuivende banken) en de Biesbos (kreekjes,
ondiepten). Het is
uiteindelijk even zoeken naar het juiste geultje maar al heen en weer slingerend
kunnen we voldoende diepgang houden. We lopen maar één keer op een bankje aan de grond.
Iets
voorbij het vakantiekamp gaat het anker er in op 13.54,40N/16.43,35W. De avond
is inmiddels gevallen. De geluiden van het dorpje vlak bij sterven weg. Het enige dat doordringt is het geluid van de vogels, een
opspringende vis en het gezoem van de krekels en andere insecten. In de verte
ruist de wind door het riet. Vlak achter ons rijzen de palmen en apebroodbomen
op aan de rand van de kreek.
Mar Lodj/Marigot de Ndangane/Lower Saloum;
Vroeg op, we willen op de vloed de Saloum een paar uur verder op varen. In het half duister is het een geschreeuw van apen en gekrijs van vogels. Het
lijkt of iedereen z'n zegje nog wil doen voor het dag wordt. Langs de mangrove
aan de andere kant van de kreek staan de reigers klaar, ieder in z'n
territorium, keurig één reiger, op wacht, per 100 meter. We herinneren ons dat
we, jaren geleden, varend in Polen op weg van Szczecin naar Swinouscie,
kilometers lang om de pakweg 100 meter een reiger langs de kant van het water
hadden.
Tegenover ons ontwaakt het dorp. Langzaam breekt het daglicht door. Een
enorme bedrijvigheid ontstaat bij de piroques. Al snel blijken de piroques die
we in Dakar en gisteren op zee zoveel zagen niet alleen in gebruik te zijn als
vissersboot, maar ook als buurtbus en vrachtauto. Vlak bij ons wordt de
veerboot-piroque geladen. Via een gammel opstapje komen naast veel vracht en
passagiers ook een paard, een koe en wat geiten aan boord. Als alles gepakt is
en iedereen zit gaat het op weg. Heel langzaam wordt de piroque verder het water
in getrokken en al snel is de "bus" uit het zicht.
In het vakantie dorp is nog alles in rust. Het hek dat het "dorp" omringt is
meer dan symbolisch. Pas tegen negenen verschijnen de eerst vakantiegangers op
het strand, het ontbijt is achter de rug, klaar voor een nieuwe excursie. We
komen vandaag een aantal van dit soort vakantiecomplexen tegen. Een krachtige
poging de verblijven en het hoofdgebouw te integreren in het landschap, rieten
daken, koloniale stijl lijken goed te passen. Er is één maar, de echte originele
dorpjes bestaan uit betonnen gebouwtjes met een kale betonnen vloer en een
stevig dak. De Senegalees hier langs de kust slaapt niet meer in een rieten
hut. Voordat de toeristen, in stijl, in zo'n grijs/wit stenen gebouwtje zullen
willen verblijven zal nog wel even duren. Toch ogen deze vakantiedorpjes niet
verkeerd. Ze doen sterk denken aan het Governors Camp, een aantal jaren geleden
in de Masai Mara(Kenia).
We liggen in de kreek aan de rand van de mangroves en de gras/rietlanden. Het
is laag water geweest en langzaam neemt de zee weer bezit van het land. We zien
aan de onbewoonde kant in de verte een "hond" scharrelen of is het een jakhals? Aan de
andere kant van de kreek, waar het Afrikaanse dorp ontwaakt, staan verscholen
tussen de palmen wat huisjes. In die richting ligt ook Dionouar, een trotse stad
te midden van palmen en zandvlakten. We willen verder en zien af van een bezoek.
We hebben nog voldoende voorraden. Trots staan tussen de palmen verspreid de
Baobabs, majesteitelijke bomen, eeuwen ervaring met zich meedragend.
Heel voorzichtig varen we de route terug, aan de hand van de elektronische
kaart en de dieptemeter, die we gisteren in de avond gevaren hebben. De
winkelhaak die we in de route gemaakt hebben toen we even vastliepen steken we
keurig af. Nu in het ochtend licht zijn de banken en ondieptes aan weerszijde
goed zichtbaar.
Op een enkeling breekt zelfs het water.
Terug in de hoofdgeul
van de Saloum passeren we al snel het bankje dat als enige nog rest van de
doorbraak van het schiereiland, jaren geleden. Honderden vogels zitten bij
elkaar op de hoogste rug die nog net boven water uitsteekt. De noordoostenwind,
precies in de lengte richting van de rivier is stevig. Pas bij Djifere ontstaat
wat luwte en loopt de wind terug. In de ochtend staat de wind bijna standaard
door vanuit het noordoosten om aan het eind van de middag vast terug te draaien
naar noordwest. Voorbij Djifere wordt de rivier iets smaller, de mangroves komen
weer wat dichterbij te liggen. Af en toe valt er een gat in de bossage en is het
achterliggende land beter te bekijken. Een variatie aan geultjes, bossages en
rietlanden met af en toe verspreid, op een zandrug, een apebroodboom vormen een
eldorado voor de vogels om ons heen. Niet voor niets is dit een nationaal park
(Delta du Saloume).
Op de aanwijzingen uit de West Afrika pilot en onze electronische kaart varen we in een
bocht van de rivier, vlak voor boei 16, voorzichtig richting de Marigot de
Ndangane. Dankzij ons ophaalbaar zwaard lopen we niet veel risico. Toch proberen
ook wij vastlopen te voorkomen.
Voor je het weet schuif je met opgehaald zwaard
en teveel snelheid, met het vlak massief op een bank. Voor we onze 15 ton er dan
weer vanaf hebben duurt wel weer even. Om het roer te beschermen halen we dat
vanaf 2,5-3 meter diepte ook omhoog. Voorzichtig krabbelend via dan weer de
bakboordoever, dan weer de stuurboordoever vinden we onze weg. Net voor Mar Lodj
komen we een bank tegen waar we maar net overheen kunnen. Het loopt tegen
hoogwater, willen we morgen net na laagwater weer terug kunnen dan is het beter
ons niet op te sluiten achter het bankje. We gooien het anker uit op positie
14.02,246N/16.41,600W. We liggen in een brede kreek met aan weerszijde
mangroves. Een eenzame reiger staat ons al op te wachten. Her en der stort een
vogel zich in het water en gaat er met z'n buit vandoor. Een vlucht pelikanen
trekt voorbij, majestueus klapwiekend op weg naar betere visgronden. Een
regelmatige lijn dienst van piroques trekt in de loop van de middag langs,
afgeladen met goederen en passagiers. Mar Lodj is een van de de weinige
katholieke dorpen in de omgeving. De kerktoren steekt boven de bossages uit.
Volgens de reisgids voor Senegal wordt de kerkdienst op zondag met tromgeroffel
en tamtam ingeluid. Van verder weg klinkt over de vlakte de regelmatige oproep
voor gebed in de moskee.
Dan valt de avond, het geluid van de piroques verstomt, de roep van de vogels
keert terug. De aanloop naar weer een nacht onder een hemel vol sterren.
Foundiougne, Upper Saloum
We staan weer vroeg op. We willen vandaag enkele uren de Saloum verder
opvaren tot Foundiougne. Het is fascinerend te zien hoe in het vroege
ochtendlicht diepte in de mangrove ontstaat. Je kunt soms wel enkele meters diep
tussen de wortels doorkijken. Terwijl we weg varen zien we langs het water op één van de platen een groep pelikanen vissen.
Even later staat eenzaam op een plaat een flamingo (Lesser Flamingo). Langs de
route wisselen de gesloten mangrove fronten af met lossere bossages waar achter
regelmatig zandruggen met graslanden, kokospalmen en baobabs oprijzen,
afgewisseld met nieuwe kreekjes, poeltjes en rietlanden. We komen veel soorten
reigers tegen. Naast de kleine en "onze" blauwe reiger zien we ook regelmatig de
grote Goliath Reiger staan. Heel indrukwekkend.
Het is moeilijk voor te stellen
dat hij net zo groot is als Christien. Het aantal vakantieverblijven neemt
geleidelijk af. Het valt op dat het overgrote deel verlaten is.
We varen door een wijds landschap. Soms zeilt een proque ons tegemoet,
stroomafwaarts. De Saloum is tot Foundiougne enkele
honderden meters breed. De hoofdgeul in de rivier slingert gestaag tussen de
ondieptes en droogvallende platen. In en naast de geul wordt op veel
manieren
gevist. We zien één keer een aantal mannen, vlak langs een plaat, in span een
net slepen. Garnalen? Zwaar werk weet Diederik uit ervaring. In de zestiger
jaren werd op deze manier vanaf het strand van de noordzeekust gevist. Op een
aantal plaatsen zijn in de rivier netconstructies aangebracht bestaande uit drie
drijvers die met een grote stok met elkaar verbonden zijn. We proberen er met
een wijde boog omheen te gaan.
Je weet maar nooit wat je er ineens iets met je
schroef vangt. Af en toe wordt er gevist met lange lijnen aan een boeitje. De
hele dag zijn we alert op boeitjes, visconstructies en stukken piepschuim.
Af en toe liggen er dorpjes aan de rand van de rivier. Sommige hebben
moskeeën die al van ver zichtbaar zijn door hun "gouden koepel" of hun markante
minaret. Net als de Marokaanse moskeeen is ook hier de minaret vierkant en
nagenoeg plat van boven. Dit in tegenstelling tot de oosterse puntige minaretten.
Om 14.00 gaat het anker er in op de positie 14.07,83N/16.28,35W. We liggen vlak voor de stad, binnen
gehoorsafstand van de moskee. Het belangrijke vrijdagmiddaggebed is nog in volle
gang.
We liggen op een splitsing van rivieren. Het is net of we in Dordrecht op de
Oude Maas liggen vlak voor Bellevue en Jongepier. Het enige verschil is dat we
hier, vlak achter de boot, twee pelikanen hebben in onze "achtertuin". Het is
drukkend warm en voor de tweede keer vandaag ontlaat de hemel zich met kracht
(en vallen er tien druppels regen).
Foundiougne was een belangrijke stad aan de hoofdroute van Dakar naar Banjul.
Sinds het gereedkomen van de brug over de Saloum bij Kaolak komt het doorgaande verkeer
hier niet meer. Een paar koloniale gebouwen getuigen nog van dit verleden. Nu is de
stad alleen nog bekend van de roze garnaal die in de omgeving op grote schaal
wordt gevangen. Aan het eind van de middag roeien we even naar de kant voor een
paar boodschappen. Via een ongelijke weg met wat geiten en varkens, komen we in
de hoofdstraat van de stad. Een reeks eenvoudige (straat)winkeltjes en
binnenplaatsjes speelt naast wat levensmiddelen in op de toeristen die hier
komen. Een schat aan beelden, maskers, stoffen en sierlijke gewaden hangt her en
der klaar voor de toeristen, die op vaste dagen in de week door de
reisorganisaties worden aangevoerd. Na wat vragen komen we bij een winkeltje dat
handgemaakte yoghurt verkoopt. We kunnen weer twee dagen ontbijten.
Bolon Labor/Diomboss
Het hele dorp loopt uit als we om 11.00 ankerop
gaan. We zijn een bezienswaardigheid. Zoveel zeiljachten komen hier niet per
jaar. Vandaag wat later dan de andere dagen. We willen stroomafwaarts een
doorsteek maken naar een andere rivier, de Diomboss. We mikken erop rond de
kentering van het tij bij de "afslag" te zijn.
Voor we wegvaren gaan we eerst nog even yoghurt en brood halen in het dorp (de
stad). Foundiougne is een oude koloniale stad. De weg vanaf de pont over de
rivier is geasfalteerd, alle overige wegen zijn half verharde zandpaden.
Voor je
het weet ben je de stad weer uit. We worden dit keer wat minder belaagd dan
gisteren. De souvenierverkopers zijn zo vroeg nog niet op de been. We willen ook
ons vuilnis samen met wat papier en plastic flessen kwijt. Tot nu toe hebben we
altijd nog wel een vuilnisbak/container of zo iet gevonden. Hier vinden we
echter niets. Iedereen gooit z'n vuil, plastics etc gewoon ergens neer. Op
talloze plekken in de stad liggen vuilresten. Puriteins als we zijn willen we
dat niet. Mee terug naar de boot is ook geen oplossing. Dit creëert een lastige
afweging, willen we braver zijn dan de bevolking of sluiten we ons aan bij de
gewoontes en knikkeren we alles gewoon ergens op een erf. Gered door de bel
vinden we net voor we alles maar weer mee
nemen aan boord nog een vuilnisbak op
het terras van een restaurant. Het contrast in de stad is groot. We zien twee
kinderen, ca. 8 en 6 jaar in een tuin
bezig met een kleine squad, we zien de
jeugd in de weer met fonkelende scooters en moeten een paar keer van de weg af
omdat een goed uitziende 4w-drive langsrijdt. Op het zelfde moment zie je dat
alle vervoer plaats vindt met paard en wagen en/of ezelkar. Voor de rest loopt
men.
We ontbijten, net als de andere dagen, heerlijk "op de veranda", zo onder de
bimini, met uitzicht op de toiletmakende pelikaan die dit keer op een paaltje
achter ons is gaan zitten is het net of we in de dierentuin zijn.
In een serene rust varen we op de voorzeilen met de stroom mee de Saloum af.
We doen er drie uur over, we hebben de tijd. Her en der komen we de vogels met
hun vaste stekjes weer tegen die we gisteren op de heenweg ook al hebben gezien.
We hebben door onze kalme gang nu wat meer tijd om ze te bekijken. Hebben de
reigers nu zwarte of geel/oranje poten, zien we daar een witte bef of ook nog
een witte borst. Uiteindelijk blijken we zelfs beide voorkomende kleinere grijze
reigers tegen te komen, zowel de Blackheaded als de Grey. Plots schiet er een Pied Kingfisher langs. Een Pop-Art-achtige verschijning.
Langs de bakboord oever varen we weer langs de twee dorpjes. Nu het zicht wat
beter is, de Harmatan is weer gaan liggen, vallen de platforms op waarop de
vissers hun netten aan de lucht laten drogen, net boven de hoogwaterzone. Even
later passeren we op de stuurboord oever een mangrovebos dat ons op de heenweg
ook al was opgevallen. Heel zichtbaar aan de buitenlucht zijn de wortels sterk
bedekt met oesters. De zogenaamde mangrove oester is een lokale delicatesse.
Vandaag zien we iemand bezig ze te plukken.
Om 14.00 bereiken we de aftakking naar de Marigot de Sangako. We passeren het
dorpje Maya. Opvallend te zien dat om een aantal van de stenen huisjes een
drie/viertal hutjes van leem, stro, riet en palmbladeren staan. Het is
toegestaan 3 of 4 vrouwen te hebben. Je moet ze alleen wel allemaal een eigen
hut geven.
We denken in de Marigot de goede afslag te nemen naar de Bolon Labor. Al snel
kronkelt het steeds smaller en ondieper wordende stroompje zich anders dan we op
basis van het getekende kaartje in de pilot hadden verwacht. Het vaart heel
bijzonder (maar wel vermoeiend) met een oog op de slecht gekarteerde kaart en een oog op de diepte
meter, na verloop van tijd is de stroom nog maar 15-20 meter breed.
We genieten
met volle teugen. De diepte varieert tussen de 3 en de 1,5 meter. Af en toe
vegen we met de bijboot door de mangroves. Naast ons in een boom worden we
aangestaard door een Arend. Op een zandrug staat een Apebroodboom, met
vruchten. Plots ontdekt Diederik op basis van een kopie van
een oude Franse kaart wat er is gebeurd. We varen in het verkeerde kreekje. Even
later zitten we vast in de modder. Hoe we ook proberen om "water" te zoeken.
we
komen er niet meer door. Met moeite draaien we de boot en varen het hele traject
weer terug. Twee uur na vertrek zijn we weer bij ons beginpunt. De echte kreek
is een stuk breder. Ook hier moeten we weer de nodige ondieptes passeren.
Uiteindelijk leggen we om 18.45 het anker in het water van de Bolon Labor
(13.53,929N/16.33,287W).
Bijna onmiddellijk neemt de nacht bezit van de kreek (en duizenden kleine
vliegjes bezit van ons). Aan weerszijde van ons strekken de mangroves zich uit.
Verder op stroomt de Diomboss traag naar zee. De stilte is .......
We blijven een dagje liggen in ons kreekje. In de vroegte, als de schemer
breekt, zitten we voor we gaan ontbijten een tijdje in de kuip. Het is nog fris.
Heel langzaam komt de natuur om ons heen tot leven. Op de banken wat waadvogels,
zoals de Senegalese Thick-Knee. Heel langzaam trekt het water zich terug en
valt de Mangrove bank aan weerszijden van de boot droog. Helaas hebben we het
verkeerde punt uitgezocht. Hier geen grote droogvallende platen maar een stijl
aflopende bank. We liggen precies in een trog. Jammer want hierdoor missen we de
foeragerende reigers. Morgen beter.

In de bijboot roeien we tegen de schemer, een uur voor
kentering, wat verder de kreek en de mangrove in. Wat dieper in de mangrove
blijkt dat er minstens drie soorten mangrove struiken zijn. Als kenmerk
hebben ze allemaal dat ze grote, kleine of langwerpige dikke leerachtige
bladeren hebben. Ergens hebben ze wat weg van de laurier. Hun wortelstelsel duwt de
struik boven het water uit. Plots komen we om een hoekje een groep van 30
pelikanen tegen. Pas als we dichterbij komen vliegen ze op.
Net tegen het donker ankert iets achter ons een visser met z'n piroque. We
ruiken z'n houtskoolvuurtje waarop hij visjes braadt en theewater kookt.
Bolon Diogane/Diomboss
Als we worden ruiken we nog net het houtskoolvuurtje van de vissers die iets
verderop net ankerop zijn gegaan. Tijd ook voor ons om het anker te lichten.
Vandaag eerst een gedeelte van de benedenloop van de Diomboss. Bij één van de
laatste eilanden voor de Diomboss zee in stroomt gaan we weer stuurboord uit de
kreken in (Bolon Diogane). We varen op de elektronische kaart eerst de kreek
uit waar we de laatste twee dagen voor anker hebben gelegen. Er moet een
behoorlijke "miswijzing" zitten tussen de GPS-posities van twee dagen geleden en
de posities van vandaag. Toen we heen voeren hadden we bij de entree een diepte
van 21 meter, nu varen we terug over onze oude positielijn en hebben 5 meter
diepte.
De Diomboss stroomt traag ( door oneindig laagland heen...) richting zee. Het
is aardig te zien
hoe de rivier in de loop van de historie z'n weg heeft
gevonden in de Delta. Vlak naast de rivier liggen lage stroombanken bedekt met mangrovebossages. Achter de mangroves nu weer eens lage zandvlakte, vrijwel
zonder begroeien, dan weer droge vlaktes met hoog gras, dan weer natte getijde
vlaktes waar de rivier bij hoogwater springtij in overloopt en die zelf op hun
beurt ook weer doorsnede worden met kreekjes. Af en toe door worden de vlaktes
onderbroken door een oud rivier duin. Enkele meters boven de omgeving
uitstekend, vaak begroeid met enkele Baobabs, soms zelfs met enkel hutjes van
riet,klei en palmbladeren. Slechts één keer komen we een dorpje met stene
huisjes tegen. Alle kreken hebben aan de stroomopwaartse kant van de entree een
grote slibtong/ondiepte. Afhankelijk van de stroomsnelheid van de rivier kan
deze slibtong enkele tientallen tot soms zelfs enkele honderden meters lang
zijn. Het is een interessant, evoluerend gebied. Lag de kustlijn vroeger meer
naar binnen, wordt het zand door de wind vanuit de Sahara aangevoerd? We weten
het niet.
We gaan op avontuur. Maanden geleden hebben we een kopie gemaakt van een oude
Franse zwart/wit kaart van de Diomboss. Op die kaart staat een klein kronkelend
stippellijntje met een kruisje. Kennelijk is er ooit een Frans jacht geweest dat
die tocht gevaren heeft en daar voor anker is gegaan. Daar willen we meer van
weten. Voorzichtig varen we de entree van de Bolon Diogane in. Al snel wordt
het ondieper en kan alleen nog met een oog op het water in de kreek (en "andere"
kleur van de ondieptes)en een oog op de dieptemeter worden gevaren.
Christien
staat op de grannybar bij de mast en wijst de richting. We komen tot op een
splitsing waar de Bolon zich vertakt naar het noordoosten enerzijds en naar het
noordwesten anderzijds. We besluiten eerst de tak naar het noordoosten,
richting de Saloum, in te varen. Een enorme ondiepte dwingt ons vlak langs de
mangrove aan de oostoever verder te varen. Heel voorzichtig, bewakend dat we
niet vastlopen op de plaat, krabbelen we in ons geultje met 3,5 meter diepte
verder. Bij een eilandje aan gekomen kunnen we niet anders dan de oostoever
volgen. Helaas, ruim voor bij het eiland loopt de bank waar het eilandje op ligt
naar de oever toe. Met nog 20 cm water onder ons draaien we om. 500 meter
stroomafwaarts doen we een nieuwe poging. Nu aan de andere kant van het
eilandje. Het moet toch mogelijk zijn verder te varen, de stippellijn op de
kaart staat er niet voor niets. We lopen herhaald vast. Dan opeens, zonder water
onder de boot (90cm diepgang) lopen we niet vast, vrijwel zonder vaart blijven
we vrij van de bodem en neemt na een minuut of 3 zelfs de diepte weer toe, 10 cm
ruimte, 20 cm, 30 cm... we zijn er over heen. Al snel hebben we weer 3 meter
water en kunnen we de snelheid wat opvoeren. Even later in een bocht weer het
zelfde. Nu kunnen we de doorgang echt niet meer vinden. Tijd om om te draaien,
er is nog een noordwest kreek, en tijd voor de lunch. Achter het anker, we
steken 20 maal de waterdiepte, genieten we van onze lunch.
Dan wordt het tijd om terug te gaan. Keurig onze oude koerslijn volgend komen
we weer bij de ondiepste passage. Ditmaal hebben vissers er een visboeitje met
een lange lijn neergelegd. Wederom met onze buik vlak over de grond omzeilen we
het boeitje en kunnen weer naar dieper water. Op de splitsing varen we vrijwel
terug naar het begin van de splitsing en steken met voldoende water de kreek
over. Wederom krabbelen we met één oog op het water en één oog op de diepte
meter verder. We houden voldoende water. De kreek volgend moeten we om steeds de
buitenbochten te kunnen houden herhaald oversteken. En dan om de hoek, vlak bij
het kruisje op de kaart, verbreedt de kreek zich en doemt er voor ons een dorpje
op, Siwo. We leggen de boot op het kruisje, vlak voor ons ons een sikkelvormige
ondiepte, aan bakboord en stuurboord vlak bij ons de mangroves. Een mooi punt om
het anker er in te leggen(13.54,124N/16.39,331W).
Dat stippellijntje op de kaart? Is de kreek dichtgeslibd sindsdien; was het
een catamaran zonder diepgang. Feit is dat wij met 90 cm diepgang, met halftij,
aardig op het randje van de mogelijkheden hebben gevaren.
Toubacouta/ Bandiala

We zijn, na het ontbijt, net klaar met het onderhoud van de watermaker als
een uitgeholde boomstam met drie jongetjes bij ons aanklopt. Ze varen in een
bootje uit één stuk, waarschijnlijk de uitgeholde wortel van een Baobab.
Geleidelijk weten ze zich in gesprek met Christien op het achterplatform te
positioneren. Nadat ze een fles water hebben gekregen en een koekje verdwijnen
ze weer. Ze vinden het speculaasje erg lekker en zijn heel nieuwsgierig.
Wij kunnen ankerop voor de volgende etappe in onze zwerftocht. In de Bolon
Diogane kunnen we zeilen. Voorzichtig, met het zwaard omhoog vanwege de
ondieptes komen we uit op de Diomboss. Het is apart om te zien hoe op de hogere
zandwallen de savannebegroeiing (Baobabs, Kokospalmen, hoog gras) onmiddelijk
aan de voet van de strandwal overgaat in het mangrove landschap met moeras,
overstromingsgebieden, strand/schelpen en mangrove begroeiing.

Samen met ons zijn ook de vrouwen en kinderen, in hun piroques, op weg in de
Bolon Diogane. Op weg om bij laagwater voedsel te zoeken(oesters en andere
schelpdieren) op de grote droogvallende plaat vlak bij Diogane. Ze lijken een
wedstrijdje met ons te houden. Wij op het voorzeil, zij op armkracht.
Diogane is de grotere plaats in de omgeving. Naast een moskee is er ook een
scheepswerfje. Nog lang nadat we er voor bij zijn horen we het gehamer en geklop
op de werf en een mengelmoes van kinderstemmen.
Op de Diomboss moet de motor er weer bij, kunnen we weer stroomdraaien en
watermaken. Het watermaken is geen succes, een storing bederft de pret.
Vanmorgen bij het onderhoud iets verkeerd gedaan?
Twee uur stroomopwaarts
naderen we het punt waar we de bocht moeten maken naar de Bandiala. Helaas zien
we niets anders dan droogvallende plaat. Zou de ingang dichtgeslibd zijn? We
zoeken met de kijker, maar helaas geen toegang. Waarschijnlijk moeten we de
ingang zoeken aan de andere kant van de droogvallende plaat. Net voor we terug
gaan voor een nieuwe poging zien we in de verte een grote groep Flamingo's. Toch
nog maar even doorvaren. Na de Flamingo's draaien we om en doen een nieuwe
poging. Voorzichtig scharrelen we, met een oog op de diepte meter over de plaat
en vinden het geultje naar de Biandala. Ook op de rivier zelf moeten we scherp
zoeken naar de juiste geul. Met een matig gangetje en Christien op de uitkijk,
kris/krassen we over de rivier op zoek naar voldoende water.
Net na Toubacouta vinden we het genoeg en gaan vlakbij de mangrovebomen voor
anker (13.47,038N/16.28,829W). Op de achtergrond klinkt het geluid van de
djembées.
Chadior/Bandiala/Senegal; ...there won't be snow in Africa this
chrismas time ........
We volgen de loop van de Bandiana weer een stukje verder. We nemen de tijd.
De 26e willen we vanaf één van de laatste
kreekjes richting Gambia/Banjul varen. Na een uurtje passeren we Sipa, een nog
volledig traditioneel dorp. Net als eerder in Maya, Marigot de Sangoko, zijn ook
hier weer de talrijke vrouwenhutten zichtbaar. Een man mag alleen meer vrouwen
nemen, tot maximaal vier, als hij voor iedere vrouw een eigen hut bouwt. De man
bakent zijn compound waar binnnen de hutten liggen af met rieten matten. Vaak
wonen binnen zo'n compound hele families.
Naar mate we verder de Bandiala afzakken neemt aan de oostkant, richting Gambia, de Savanne(bush)begroeiing
duidelijk toe. Ook worden de zandduinen en heuvels hoger. Net als de afgelopen
twee dagen zijn ook hier de gemotoriseerde vispiroques vrijwel verdwenen. De
piroques zijn kleiner en worden vaak maar door één of twee man met handkracht
gevaren.
Na een paar uur vinden we het welletjes en gaan twee mijl voor Chadior voor
anker. Als we naar onze ankerplek glijden hangt boven ons in de lucht een
African Fish Eagle. Kennelijk verstoren we z'n jacht. We liggen midden in een
rivierverbreding, tegen een tweetal vogelplaten aan(13.42,64N/16.30,76W). Achter ons zijn een paar Black-headed reigers op zoek naar voedsel.
Wij hebben onze opblaaskerstboom opgezet, kerstmuziek aangezet en de
kerstcake aangesneden die we een week of zes geleden op Tenerife hebben gekocht.
Het enige dat niet geheel aan de kerst doet denken is de temperatuur. In de
schaduw is het op dit moment 41 graden. De chocolade op de kerstcake is bijna
niet te houden, zo graag wil die eraf lopen.
Biandalamonding
Bijna de laatste mijl in Senegal. Vandaag, eerste kerstdag, naar de kreek aan
monding van de Biandala gevaren. Een tochtje van net aan twee uur. Eerst in alle rust een aantal klusjes aan boord gedaan en genoten
van het kerstontbijt en -lunch. Het is vreemd, zo in de tropen kerst te, vieren.
Hebben we de afgelopen weken, met name op de Kaap Verden, af en toe een
spaarzame kerstuiting gezien. Een enkel kerstklokje op de deur van de
souvenirshop in Pamera; een symbolisch pakje op de toonbank in Espargos. Veel
meer was het niet. Alleen in Santa Cruz op Tenerife was er midden november al
wat in het grote westerse winkelcentrum van te merken.
Hier op de de rivier
merken we er niets meer van dan we er zelf in stoppen. Al hoewel, het is voor de
hotels en lodges duidelijk hoogseizoen. Nog nooit zagen we zoveel excursieboten
met toeristen. De eerste kerstdag excursie was duidelijk populair.
Na de lunch snel anker op. In een matig tempo varen we verder de rivier af.
Het beeld, met name op de oever richting Gambia, van de geleidelijk oprijzende
Savanne bush zet zich voort. Het valt op dat in dezelfde richting stukken
savanne in brand worden gestoken. We lezen ergens dat dat soms gebeurt om de
grond plat te branden om schorpioenen en slangen minder kans te geven; ook is
het voorstelbaar dat het gebeurt om meer open, vers groen, grasland te creeren
voor het vee.
Vlak voor we de kreek in draaien worden we verrast door een paar dolfijnen.
Gezien hun rugvin en de de plek waar we varen is het de Kameroendolfijn. Als we dichterbij komen zijn ze verdwenen. We varen de kreek in, de laatste voor we morgen zee op gaan
en na 9 dagen Saloum delta, buitenom naar Gambia varen. Op 13.39,394N/16.34,591W gaat het anker erin.