Salvador
De 2e februari aan het eind van de dag lopen we Salvador aan. De laatste
dagen varen we met weinig wind overdag en wat meer wind in de nacht. Met
enige moeite komen we aan onze mijlen. Met 14 1/2 dag hebben we een
korte oversteek gehad.
We leggen de boot in de Bahia Marina vlak bij Salvador. Om ons heen, het is
midden in de zomervakantie, ligt het hartstikke vol met "Italianstyle" witte
plastic motorjachten van het type 40 tot 60 voet. Het soort met die hele mooie
kraantjes voor de bijboot en die mooie strakke sexy loopplanken achter waar je
op de Boot in Dusseldorf alleen op uitnodiging/afspraak aan boord mag. Soms
lijken het net moderne badkamers met ingebouwde paneeltjes met rode cijfers
waarmee je de temperatuur van het badwater of de stroom snelheid van de
jet kunt regelen. Op de eerste avond, als we nog zitten na te genieten in de
kuip, "parkeert" de 50 voeter naast ons achteruit in de box, 4 gespierde,
half ontblote brazilianen op het achterdek, "Ave Maria" op 10. We zijn in
Brazilië.
De haven
in de stad zelf is als gevolg van een wedstrijd niet voor gewone boten
beschikbaar. Toch hebben we een goed uitgangspunt voor de "land"dingen die
moeten gebeuren. De eerste dag brengen we de nodige tijd door met de gang langs
de autoriteiten. De verschillende loketten zijn lastig te vinden en liggen
verspreid over een groot aantal gebouwen langs de haven kant. Met wat vragen en
puzzelen komen we eruit. Ondertussen lunchen we alvast, hebben we onze diner ook
weer gehad, in een "Kilo"restaurant. Bij de kassa bepaald het gewicht van je
bord het af te rekenen bedrag. Het wennen aan het land vraagt een paar dagen.
Het is warm en vochtig. Voor 7 euro hebben we gegeten en gedronken. Hoewel maar een graad of 32 vraagt het toch wat
aanpassing. Na een bezoekje aan het "Barra Shopping Centre" zijn we een bezoekje
aan de kapper (Christien), een telefoonkaart voor Brazilië
en flink wat boodschappen rijker. Het Historisch Centrum van Salvador is een
Wereld Erfgoed. Als eerste hoofdstad van Brazilie, van 1549 tot 1763, laat
Salvador een prachtige mengeling zien van de Europese, Afrikaanse en Indiaanse
culturen. Daarnaast was het vanaf 1558 de eerste slavenmarkt in de Nieuwe
Wereld. De slaven werden te werkt gesteld op de suikerplantages. Wat opvalt in
de historische "Boven"stad is het grote aantal renaissance gebouwen, vaak in
wisselende staat, en het grote aantal vrolijk felgekleurde huizen.

Bahia de Aratu
Onze baai verkenning begint de 7e als we aan het eind van de nacht Marina de
Bahia verlaten. Vlak voor de haven leggen we de boot weer voor anker. Kunnen we
in ieder geval nog even de site uploaden. Na het ontbijt denken we eerst nog
even een klein klusje te doen.
Helaas is het pas 14.00 uur als de klus klaar is.
Valt weer tegen. Al een paar dagen slaat de pomp van het
waterdruk systeem spontaan aan, ook wanneer er geen watervraag is. Vreemd. In de
loop van de nacht stopt de pomp helemaal niet meer. Pomp afgeschakeld en toch
maar even gekeken. Inmiddels blijkt er ook een liter of 20/30 weggelopen te zijn
in de bilge. Geen goed teken. Na lang zoeken vinden we een lek. Vlak bij de
boiler blijkt de warm waterleiding te lekken. Nadat het lek is verholpen blijft
de pomp toch nog door lopen zonder af te slaan. Gelukkig hebben we een reserve
pomp. Snel deze gemonteerd. Helaas, dat was het niet. Dan het drukvat. Gevolg
idem. Die is het ook niet. Dan het filtertje vlak voor de pomp. En helaas, die
is het. Hadden we daar nu maar eerder gekeken. Als daarna de lucht uit het
systeem is werkt alles weer naar behoren. Weer een ochtend gevuld.
Dan lichten we het anker. Na een laatste blik op de gebroken links in de
website (weer geplakt) en de laatste mail hijsen we de zeilen. Op naar de Bahia
de Todos os Santos (Allerheiligen baai). In 3 uur varen we naar Rio de Restinga. Vlak daarvoor, in de buurt van Punta Caboto, op 12.45.13Z/38.30.24 W
gaat het anker erin. We liggen pal voor het dorp in 2 tot 4 meter water. Is het
toeval? of is dit gewoon Brazilië?
Na de
luidsprekers op "10" van de motorjachten in Marina de Bahia en de
disco, iedere avond, op de wal in Salvador treffen we nu weer een disco op "10"
in het dorpje waar we voor liggen. Toch is het lekker om weer eens gewoon achter het anker te liggen.
Geen piepende lijnen, geen stopcontact dat als je de walstroom ontkoppeld vonken
schiet. Wel zo rustig. Twee uur later blijkt er 10 meter naast ons ineens een
grote, 100'en meters lange plaat volledig droog te vallen. Hadden we toch mooi
vastgezeten als we 10 meter zuidelijker gestuurd hadden.
Gelukkig stopt om 2.00 uur de muziek in het dorpje bij onze ankerplaats. We
besluiten de volgende ochtend toch maar niet te blijven liggen. We varen de Baia
de Aratu in en ankeren achter een schiereilandje vlak bij de mangrove. In de
loop van de avond valt het weer droog om ons heen. We liggen heerlijk rustig en
zwemmen wat rondjes rond de boot het water is lekker warm, net een warm bad.
Onze badthermometer laat zien dat het water 31 graden is. In de kajuit is het 32
graden. Meteen wordt duidelijk waarom de koelkast continue draait. Het koelt
moeilijk met water van 31 graden.

Om een uur of 5 blijken we ineens toch niet alleen. Goed dat we dat niet
tijdens het zwemmen ontdekten. Ergens op de wal gaat de geluidsinstallatie op
10. Drie maal is scheepsrecht zullen we maar zeggen. Kennelijk is dit een
normale braziliaanse gewoonte.
Her en der zien we vandaag vissers met zeilende kano's. Net de piroques uit
Gambia.
Maandagochtend gaan we weer vroeg aan het werk. Om half zes is het alweer
stralend blauw en licht. De vorige avond hebben we het achteranker uitgebracht
op een zandbank naast ons om bij het eerste licht in de ochtend de boot met de
achterkant op de bank te kunnen trekken bij halflaag water. Op deze manier kan
de achterkant droogvallen op de rand van de bank om bij de schroef weer een
nieuwe anode te plaatsen. De oude blijkt bij een zwemduikje weer eens verdwenen
te zijn.
De rand van de bank blijkt modderiger dan verwacht. De boot zakt steeds
verder weg in de blub en begint na verloop van tijd zelfs de bank af te zakken
naar het diepe water. Om onder de boot bij de schroef te kunnen moeten we
met een oude troffel een grote geul graven. Na een uur zien we eruit als als
zwarte piet, dik onder de modder en is de boot een grote modderbende. Na drie
uur zweten is het karwei geklaard. Inmiddels is het buiten 35 graden. Er kan, na
eerst nog de watermaker filters te hebben gewisseld, nog wel een karweitje bij.
Olie verversen van de motor. Een warme klus maar na een paar uur was ook dat
weer achter de rug.
Ilha do Frade
Na nog een dagje ankeren wordt het tijd weer eens te verkassen. Een gedeelte
op de motor, een groot deel zeilend varen we richting de eilanden Ilha do Frade
en Ilha do Bom Jesus. We wanen ons omgeven door bounty eilanden. Idyllische
dorpjes, palmen, tropisch oerwoudbegroeiing, blauwe lucht en stralende zon. Een
perfect kommetje, aan het eind van een nauwe doorgang, levert ons aan de noord
kust van Ilha do Frade een prima ankerplek (12.46.11S/38.38.71W).
Het uitzicht
wordt vandaag voor het eerst niet bedorven door booreilanden en
containeroverslag maar beheerst door de aanblik, van Ilha do Bom Jesus (gaan we
morgen met de bijboot naar toe) en een paar onbewoonde eilanden/resorts die
duidelijk niet in gebruik zijn. Wonderlijk genoeg begint daar wel om 17.00 de
sproei-installatie voor het groene gazon te draaien. Het, toeristisch, gras moet
groen blijven niet waar. We hebben net een poging gedaan om op Ilha do Frade te
komen met de bijboot. Helaas werd het strandje omzoomd door een groot hek tot
aan de waterkant.
Er wordt hier niet alleen gezeild met "boomstamkano's" maar ook met grotere
rondspanten met een scherpe steven. Een fraai gezicht deze op afstand wat op
platbodems lijkende boten.
De baai Ilha do Frade blijft ons trekken. Na eerst een keer met de bijboot
overgestoken naar te zijn naar Bom Jesus, een piepklein eilandje dat volledig
bedekt is door het dorp, gaan we de volgende dag aan land op Ilha do Frade. Men
is al enige tijd bezig met een groot irrigatieproject op het eiland. Bij de
aanlegplaats van de werkboot kunnen we het bootje het strand op trekken. Via de
werkweg die rondom het eiland is aangelegd lopen we omhoog. Al snel vinden we
een dwarspad dat naar de binnenkant van het eiland leidt. Hier begint een groot
verdwaal avontuur dat pas 3,5 uur later goed afloopt als we de juiste weg terug
weer vinden. Juist in deze tijd passeert de zon loodrecht boven ons. Het is
daardoor nauwelijks mogelijk te bepalen waar het noorden is.
Het
verdwalen is niet zonder risico. De naam van het eiland herinnert aan twee
fraters die in één van de vorige eeuwen door de op het eiland wonende indianen
zijn opgegeten. Afgezien van het verdwalen hebben we de volle tijd rondgelopen in
het tropische Atlantic Rain Forest dat zo kenmerkend is voor de Braziliaaanse
kust ten zuiden van de Amazone. We dwalen tussen de lage loofbomen en struiken, de bamboe en de palmen. Net als we een jaar
geleden met de dochters in Vietnam hebben gezien, verbazen wij ons ook hier over
de afmetingen van de bomen, palmen en bamboe. Af en toe stuiten we op een troep
aapjes die ons nieuwsgierig aan kijken, dan weer cirkelen de zwarte gieren boven
ons (slecht teken?). Het is geweldig om rond te sjouwen door valleien en
heuvelruggen waar bij iedere minuut het uitzicht weer anders is. Overal bloeien
bloemen en bomen. De epifytische planten groeien op hun gastheren (bromelia's,
gatenplanten, kamperfoelie). (Epifytisch= leven op een gastheer, maar niet ten
koste van, Parasitair=Leven op en ten koste van hun gastheer). Net of je
permanent tussen de uit de kluiten gewassen kamerplanten loopt. Op de meest
onverwachte plaatsen staan dadelpalmen te bloeien, vallen kokosnoten naar
beneden en liggen de mango's klaar om op te eten. Het is paradijselijk.




Terwijl we in de baai liggen kunnen we ook de vogels om ons heen weer eens
aandacht geven. Na de niet goed uit elkaar te houden zeevogels komen we
eindelijk ook weer landvogels tegen. Gelukkig biedt onze gids met
Zuid-Amerikaanse vogels uitkomst en stellen we onder andere vast dat we omringt
worden door Zwarte Havikken (Great Black Hawk), Zwarte Gieren (Black Vulture)en
spechten (White Woodpeckers)
Achter ons op de dr0ogvallende platen bij het eiland ontwaren wij Whimbrels, Zilverreigers (Snowy E.
en Great Egret) en Kleine Blauwe Reigers (Little Blue Heron).
Rio
Paraguacu
Ons fruit raakt op, er moet weer watergemaakt worden. Kortom reden genoeg ons
anker te lichten. Op zaterdag is er een markt in Maragojipe, één van de plaatsen
aan de andere kant van de baai. We gaan op weg en leggen aan het eind van de
middag het anker voor het dorp er in op 12.47.047S/38.54.490W. in de Rio
Paraguacu. Bij het binnenvaren van de baai worden we in de verte begroet door
een vijftal Amazonedolfijnen. Ze zwemmen langzaam door het water, maar tonen
geen interesse voor de boot.
Plotseling springt een jonge dolfijn hoog uit het
water en keert zijn grijsroze buikje naar boven en laat zich als een bommetje
met zijn/haar rug op het water vallen. Jammer, net gemist met het fototoestel
maar toch het blijft een bijzonder gezicht zo'n springende dolfijn. De regionale
markt in Maragojipe is een belevenis. Het is een drukte van belang, van heinde
en verre zijn kopers en verkopers, soms zelfs te paard of op een ezel, naar de
wekelijkse markt gekomen. Honderden kraampjes, hoekjes en stukken tentzeil zijn
gevuld met vooral fruit en groente. Her en der staan de paarden en ezels,
vastgebonden aan een ring in de muur, te wachten tot ze weer met hun vracht naar
huis kunnen. Tientallen jongetjes staan met kruiwagens klaar om je boodschappen,
soms zelfs met levende kippen,
te "dragen" en weg te brengen. Opvallend
is dat de bontgekleurde huizen in de straat geen ruiten hebben. Ramen worden
indien nodig gesloten met houten luiken en blinden. Menig huis heeft een groot
metalen hek waarachter een patio ligt met een kooitje met een zangvogeltje, wat
stoeltjes en ruimte voor de auto.
Achter de boot valt de een stuk van de rivieroever droog. Naast eerder
"ontdekte" vogels spotten we onder andere weer eens aalscholvers ( Neotropical
Comorant) die hun vleugels staan te drogen in de wind. Als een komeet uit de
hemel stort een Kingfisher (Ringed Kingfisher) zich voor onze neus op z'n
visprooi.
Na de markt in Maragojjipe, varen we de volgende dag door naar Sao Felix. 45
waypoints en 11 mijl verder gaat het het anker er weer in op
12.36.364S/38.57.898W, midden in de rivier tussen de beide steden. Langs de oever
wisselen de tropische bossen, dorpjes en bananenveldjes elkaar af. Ergens staan
twee mannen hun paard te baden.
Na de slalom
op de rivier vallen we in Cachoeira, een oude stad vol met koloniale
gebouwen (en ruïnes), met onze neus in de boter. Cachoeira is één van de
plaatsen waar de Candomblé in z'n meest zuivere vorm leeft. Als we aankomen is net
het Festa de Yemanja da Cachoeira begonnen. Een eerbetoon aan de godin van de zee.
De Candomblé, de meest orthodoxe Afrikaanse religie in Brazilié, eert Yemanja
(of Iemanjá), de godin van de zee met parfum, blauwe, gele en witte bloemen. Ook
de belangrijkste god, Oxala, god van de zon en Oxum, god van vers water en
watervallen worden geëerd. In een grote processie worden, merendeels door vrouwen in prachtige
jurken/hoepelrokken/hoofddoeken, grote opgemaakte manden met offergaven naar het
water gedragen en later tegen de avond in het water uitgezet. Het geheel wordt
omlijst met Afrikaanse muziek, zang en dans. We kijken onze ogen uit en varen er
bij de "tewaterlating" met
de bijboot omheen om niets te missen. In tegenstelling tot Senegal en
Gambia vormt het geloof hier geen beletsel bij het fotograferen.




De dag na het Festa Yamanja in Cachoeira trekken we de stad nogmaals in. Wat
opvalt is het grote aantal koloniale gebouwen die in zeer slechte staat zijn
(gewoon puin) liggen. Op zeer beperkte schaal wordt gerestaureerd. Het stadje
heeft relatief veel winkels. Afgezien daarvan is er niet veel te beleven.
De
volgende dag gaan we naar de overkant, Sao Felix en bezoeken de sigarenfabriek, Dannemann. De laatste fabriek, in Brazilië, waar nog handmatig sigaren worden
gemaakt. Het is verbazend te zien met hoeveel aandacht en zorgvuldigheid de
sigaren samengesteld en gerold worden. De eigenaar is een Nederlander, de
Nederlandse consul in Salvador, oorspronkelijk afkomstig uit Venlo. De PR van de
fabriek is goed met duidelijke informatie film, meertalige rondleiding en
uitleg, het produktie atelier voor de duurste handgemaakte exemplaren, en
natuurlijk, onvermijdelijk, de sigarenproeverij. Het fabriekspand is voor 75%
opengesteld als tentoonstellingsruimte voor wisselende exposities van moderne
kunst. De tabaksplantages van de fabriek liggen midden in de Mata Fina, het gebied van
Brazilië waar het Atlantisch Regenwoud ernstig wordt bedreigd. Dannemann draagt
aan het behoud en herstel van het regenwoud een "boompje" bij met het project
"Adote uma Árvore" (Adopt a tree). De fabriek draagt er zorg voor dat al die geadopteerde
bomen samen weer gepland worden als afwisselend en "gemengd" regenwoud.





Het is inmiddels doodtij. Met soms nauwelijks meer water onder de boot, op
sommige delen hebben we nog maar 20 of 30 cm ruimte bij hoogwater, varen we de
rivier de volgende dag weer af. We gooien het anker uit ten zuidwesten van Ilha
Frances (12.47.253S/38.52.344W). Een klein eilandje kort voor de aftakking van
de rivier richting Maragojipe. De avond valt en in 5 minuten is de boot bedolven
onder honderden vliegende mieren. Snel sluiten we de muggenhorren en binden de
strijd aan met de mieren. Gelukkig houden ze niet van de kakkerlakken spuitbus
en vluchten ze weg voor de brandende "mosquito"spiraaltjes. Gesterkt door dit
succes blijven we nog maar een dag je liggen. Kijken of we de strijd tegen de
mieren (en andere insecten) wederom kunnen winnen. De vliegende mieren van de
voorgaande dag zijn spontaan gestorven en verdwenen.
Ook de volgende nacht weer een aanslag van vliegende mieren. Weer winnen we
de strijd. In de ochtend zijn er nog slechts de honderden lijken over als stille
getuigen van onze strijd. De laatste dagen, samen met het groots oprukken van de
insecten, is het weer van slag. We zien voor het eerst in ons verblijf
Brazilianen met paraplu. Sinds het begin van de week wordt de wereld om ons heen
dan weer getooid met stralende zon en broeierige temperaturen, dan weer
afgewisseld met grote massieve grijze muren van regen waaruit het water minuten
lang met bakken tegelijk over je wordt uitgestort. Vanaf de tweede helft van de
middag tot ver in de ochtend wisselen regen en droogte elkaar af. Meerdere malen
per nacht moeten we eruit om ramen en deuren te sluiten. We slapen met de luiken
bijna dicht met als gevolg dat het broeierig, klef en warm aan boord wordt.
Om wat water te maken varen we twee uur de rivier op en af. We slalommen
tussen de vissers die na de grote regenbuien als een kluwen mieren in het midden
van de rivier opereren. Bijna alle vissers werken met z'n tweeën, soms zelfs
man/vrouw of vader/dochter. In tegenstelling tot Afrika waar de vrouwen vaak
zorgden voor de vangst van schaaldieren wordt hier ook door vrouwen gevist. De
kano's zijn zonder uitzondering mooi geschilderd. Alleen in het voortdurend
hozen wijken ze niet af van hun Afrikaanse collega's. Één ding doen ze handiger
dan in Senegal/Gambia. Bijna iedere kano is voorzien van een zeiltje dat, met
hulp van de "middag"
zuidoostpassaat zorgt voor een comfortabele terugtocht na
de vangst.

De benedenloop van de rivier is een mooi voorbeeld van tropisch
rivierbos (Atlantic Rainforest). Samen met de,
vrijwel altijd verlaten, helaas vaak vervallen of slecht onderhouden, koloniale
gebouwen die je langs de rivier ziet wanen we ons in het decor van Isabelle Allende of Gabriel Garcia Marquez. De tijd lijkt stilgestaan te hebben.
We halen nogmaals fruit en groente op de markt in Maragojipe. De stilte en
rust van de plaats door de week wordt op de marktdag verdrongen door de menigte
van kopers en verkopers. In alle uithoeken liggen fruit en groente uitgestald.
Er tussendoor ligt, naast kleding, ook vis, schelpdieren en suikerriet. Als het
warmer begint te worden zijn de meeste bederfelijke waren al weer uitverkocht.
We zijn er om 7.30; Om 6.00 zien we de eerste bootjes uit de omgeving al
aankomen. Als we tegen de 9.00 de markt weer achter ons laten zijn de eerste
kramen al weer leeg.
Maragojipe heeft een grote betonnen pier die bij hoogwater een eind de rivier
in steekt. Dat is maar goed ook want bij laagwater, de plaats ligt achter de
mangrove aan het eind van een kreekje, is de plaats voor wie over water komt,
alleen nog bereikbaar na een uur waden door de kniehoge, zuigende modder.
De pier zorgt niet alleen voor bereikbaarheid. We liggen twee avonden op 100
meter van de pier. Een tweetal, man en vrouw, sprint zeker een 20-tal keren naar
het eind van de pier, rustig lopen ze weer terug. Een twintiger, hij heeft het
duidelijk "gemaakt", rijdt in z'n splinternieuwe Polo stapvoets naar de kop van
de pier en weer terug. De ramen open, de geluidsinstallatie op 10. De pier heeft
de goede vibratie. Mannen, alleen of met z'n tweeën, doden de tijd op de kop van
de pier en gooien een lijntje uit.
Een andere groep mannen, jongens eigenlijk,
drinken zich de eerste avond van het Carnaval al vast in.
De regen stroomt van
tijd tot tijd met bakken uit de hemel. Om 10 uur 's avonds zitten ze er nog
steeds. De geluiden van de pier dringen door aan boord. Het Braziliaans is te
horen en soms, enkele woordjes, zelfs te verstaan. Op de vroege zaterdagochtend
treffen we er een groepje mannen. We verstaan ze niet. Het drietal communiceert
met keelklanken, nauwelijks meer. Zij begrijpen elkaar. Dat is het belangrijkst.
We kopen veel fruit. Één nadeel, alles is tegelijkertijd rijp. We eten
bananencompote, bananenshake, bananen cordon blue en bananenmouse.

Ilha do Frade;weer terug
Het oerwoud blijft trekken. Voor we naar Salvador vertrekken willen we nog
wat lopen in de randen van het Atlantisch Regenwoud van Ilha do Frade. We liggen
inmiddels weer voor anker bij het eiland (12.46.124S/38.38.203W). Een andere
ankerbaai ditmaal, dichter bij de toegangshelling tot het eiland. Iets verderop
liggen een tiental braziliaanse boten, geen buitenlanders. Geheel naar de
Braziliaanse gewoonte staat bij een van de boten het geluid heel even weer op
10. Ze kunnen niet anders. We lopen nu, met de gps, de weg de andere richting
in. Op een prive-terrein stuiten we op de terugweg op een 6-tal honden. Al
blaffend maken ze hun bedoeling duidelijk; Wij trekken het niet in twijfel en
draaien om.
Het weer is wisselvallig.
Af en toe stroomt het van de regen. Onze
voorraad was/afwaswater vult zich vanzelf.
Zelf
onze Nederlandse vlag die toch jarenlang aan een vlaggenmast aan de Nederlandse
kust heeft gewapperd loopt uit en kleurt de hele vlag rood. Tegen zoveel
regenwater is de vlag niet bestand. Een paar vissers gooien vlak bij
onze boot hun net op. Met hun spanen jagen ze de vis in het "staande" net.





De
vogelstand blijft ons verbazen. Boven ons zien we ineens een havik vliegen met
een duidelijke witte zone in z'n staart
en vleugels (Zone-Tailed Hawk). In een boom zien we een koekoek met mooie gele
buikveren en een witte bef (Dark Billed Cuckoo). Één vogeltje (wit met zwarte
veren en een zwarte streep op z'n kop), kunnen we nog niet thuis brengen. Je
ziet hem overal maar niet in ons vogelboek.
Salvador;
in de herhaling
We varen terug naar Salvador en maken de laatste dag carnaval
mee.
Een enorme drukte van mensen, verkeer, geluid en boven ons razende helicopters. Het geluid draagt ver. Na afloop kunnen we ook aan boord nog ruim
meegenieten.
The carnaval is over. De woensdag na het doven van de laatste
carnavalsklanken reizen we per bus naar Praia do Forte. Het grote bustation van
Salvador (Rondovaria) is bij vertrek verstopt van de straathandelaren die op weg
zijn naar huis. Ook 's avonds als we terugkomen worden nog steeds kruiwagen,
matrassen, piepschuimbakken, parasols en muziekinstrumenten in de bussen
gestouwd om meegenomen te worden.
Projeto
Tamar, in Praia do Forte, is één van de 18 Tamar projecten langs de Braziliaanse
kust. De belangrijkste taak van deze
projecten is het beschermen van de broedplaatsen van de 5 in Brazilië
voorkomende zeeschildpadden. Daarnaast wordt gezorgd voor de opvang van gevangen
(visnetten) en gestrande schildpadden. Naast een bak met piepkleine
schildpadjes (enkele dagen oud) is het leuk om ook volwassen grotere
schildpadden in de grote vijvers te zien zwemmen.
Na het aan boord brengen van een versgevulde gasfles en nieuw voorraden
levensmiddelen, fris, water en bier zijn we toe aan vertrekken. We verkassen nog
even een paar dagen naar de marina van Centro Nautico om "uit te klaren" bij de
Federal Police en de Capitania. Naast ons ligt een marinebasis. Vroeg in de
ochtend klinkt het gefluit al. Telkens wanneer een hoge officier de basis opkomt
of verlaat wordt hij aangekondigd met een bootsmanfluitje. Aan de fluittonen is
de rang van de officier te horen.
Na een dagje komt daar ook de Duende binnen,
rechtstreeks uit Gambia. Vanuit de baai doen we, dankzij de inspanningen van
Moniek, de voorbereiding van onze belastingaangifte. Nog een laatste upload van
de website en dan kunnen we weg. Verder zuidwaarts, langs de kust van
Brazilie/Bahia.
"Neem altijd een taxi"; "Ga niet langs die weg"; "Pelourinho is een
gevaarlijke wijk";
Vanaf onze aankomst in Brazilie vormt
"veiligheid" voor ons een gesprekspunt.
Helaas geven ook de berovingservaringen van andere vertrekkers voedsel voor dit
punt. Treurig dieptepunt, terwijl wij rondzeilen in de baai, vormt de moord op een charterschipper in de baai
voor Itaparica, 15 mijl verderop, één boot naast collega rondzeilers. Is het een overval? Is het
een afrekening? Vermoedelijk het laatste. De Braziliaanse politie, op
straat, valt op door kogelvrij vest en stevig wapen. Iedere bank of geldwisselkantoor heeft een stevige gewapende bewaker in de deur opening. Het
vullen van de geldautomaat heeft iets weg van de beveiliging rond de
Eurogeldtransporten. Is het "Macho" of is het gewoon de afspiegeling van de
gewoontes van de tegenstander? Voelen we ons voldoende veilig of niet? We weten
het niet goed. Gesprekken met Brazilianen leren ons dat dit alleen de "grote
stadsrisico's" zijn. Toch zien we tot in het kleinste dorpjes de politieman op
straat uitgerust zijn voor een guerrilla aanval.
Liggend in kleine
ankerbaaitjes, in het nachtelijk duister, twijfelen we over onze
veiligheidsstrategie. 's Nachts zweten we als een otter. Komt het door de
hermetisch afgesloten boot; komt het door alle (vermeende?) risico's om ons
heen? We moeten duidelijk nog wennen aan Zuid Amerika.
Brazilië/Bahia; Meer Foto's
Zie ook het
Zeelog voor de
eerste impressies en posities die we tijdens de reis al met de HF-zender
op de site hebben gezet.