Rhythm of Life op wegOp weg naar Puerto Natales, februari-maart 2010
Terug van Kaap Hoorn doen we in Puerto Williams nog een keer beperkt boodschappen, halen nog een paar jerrycans diesel en regelen onze zarpe voor het traject naar Puerto Natales. We vertrekken vroeg en......., zijn een halfuur later al weer terug. Meteen buiten de haven hebben we 30 knoop wind recht op de kop. Dit is geen doen. Het beleid om de haven te sluiten wordt kennelijk wat wisselend toegepast. Een dag later proberen we het weer. We varen samen op met de Amerikaanse boot Restless. Wel nog wat winderig maar na een paar uurtjes wordt het weer wat rustiger met zelfs af en toe een flauwe zon. We stoppen, na uren kruisen, in Puerto Borracho (54.56,72S/68.40,70W).
Het waait stevig als we het anker er in leggen.
Dan gaat er van alles fout. Door een lijn in het water kan er niet
voldoende achteruitgevaren worden en kan het anker er niet in getrokken
worden. Het anker krabt en geleidelijk worden we door de wind weggezet.
Er komt een lijn in de schroef (een lijn van ons zelf). We verdagen in
een paar minuten naar een zandbank. Dan pakt ineens het anker. Met een
klap ligt de kop stil.
Nog maar nauwelijks wakker na onze benauwde avonturen krijgen we het nieuws over de aardbeving. Als we in de morgen afstemmen op het Patagonienet druppelt de informatie binnen over de boten die op de Pacific (Gambier, Paaseiland, Crusoe) en aan de Pacific kust verblijven. Het waarschuwingssysteem heeft goed gewerkt en overal zijn boten de zee opgestuurd om de eventuele golf langs te laten lopen. Alleen op Juan Fernadez (Robinson Crusoe; Selkirk) is er tsunami schade. De eerste 400 meter landinwaarts zijn de huizen langs de baai weggevaagd. Aan de kust wordt Concepcion, dichtbij het epischcentrum door een tsunami beschadigd. Van andere boten horen we nieuws uit buitenlandse bronnen (BBC, Voice of America) en televisiestations. Helaas naast het nieuws over de forse kracht van de aardbeving, de schade aan gebouwen en de uitval van elektriciteit en telefoon ook het nieuws over plunderingen. Het lijkt er op dat, na een dag, door het redelijk aardbevingsbestendig bouwen, waardoor gebouwen niet in elkaar ploffen maar scheef komen te staan, het aantal slachtoffers in verhouding tot de kracht van aardbeving beperkt is. Voor ons beperken de gevolgen van de aardbeving zich tot onze email. We gebruiken een landstation in Chili dat helaas door de stroomuitval een tijd grotendeels uit de lucht is. Het alternatief is een station te gebruiken in Panama, Trinidad of Manihi, allemaal op een afstand van circa 4000 zeemijl en maar een paar uur per nacht bereikbaar. Met moeite lukt het de eerste dagen alleen hele kleine berichten weg te krijgen. Na een paar dagen draait het sailmailstation weer maar is de aflevering van berichten nog onregelmatig.
Na drie dagen kunnen we Caleta Olla verlaten. We vertrekken kort voor het licht wordt om 6.30. We hebben geluk, na al de wind, kunnen een behoorlijk stuk van de dag met een lekkere (2-4 bf) zijwaartse en achterlijke wind varen. In de loop van de middag draait de wind en neemt met een enorme portie regen toe tot 7-8 bf, op de kop. Net twee uur te vroeg. Met een slakkengang (vanwege de stroming) en bakken water over vanwege de golven en de wind bereiken we Caleton Silva (54.56,84/70.46,53). Na het anker er letterlijk ingelegd te hebben (gelukkig blijft het losgeschoten laatste stukje ketting hangen over de schoklijn van het anker naar de boot) en de lijnen naar de wal te hebben gespannen kunnen we de boot die in de stevige rukwinden inmiddels weer praktisch buiten ligt langzaam met de lieren weer naar binnen halen. Na 2,5 half uur zit alles op zijn plaats; zijn de lijnen opgeschoten en kunnen de zeilkleren uit. Het Canal Ballenero is nog vol met schuim en golfkoppen als we wakker worden in Caleton Silva. Buiten waait het ruim boven de 30 knoop en het water is wit en woest. Nauwelijks 100 meter achter ons kolkt het. Wij liggen, relatief, rustig aan het anker en de lange lijnen naar de wal. Als aan het eind van de dag de wind wat luwt en de zon door de wolken breekt lopen we nog een paar uur door de kale woesternij van Isla Londonderry.
Dan breken een aantal mooie en windstille dagen aan. Het kost veel
diesel, maar het is ons wel wat waard om nu even mijlen te maken tussen
alle stormen door.
Dagelijks hebben we nog steeds de Patagonische ijskap in het vizier;
een ontzagwekkend groot gletsjer gebied dat heel Tierra del Fuego en
omliggende eilanden beslaat. We varen met de gletsjers en sneeuwvelden
in de verte, aan stuurboord en de blik op de Pacific aan bakboord. Een
groot deel van de route loopt, beschut, langs de binnenzijde van de
buitenste eilandenreeks. Af en toe steken we een "zeegat" door. Meteen
neemt de deining dan toe en varen we op de deining uit de Pacific. De
wind is onberekenbaar. Niet alleen worden we regelmatig verrast door
valwinden, ook tunnelt de wind door de verschillende kanalen. Doorgaans
is hij op de neus en bijna altijd afwijkend van het weerbericht. Het is,
nu we steeds verder naar het westen komen, duidelijk steeds later licht
in de ochtend.
De natuur naast ons ondergaat een gedaantewisseling. Op het Beagle
kanaal en in het gletsjergebied hebben we regelmatig uitgestrekte bossen
en vlakten met dode bomen langs de oevers. Nu we dicht tegen de Estrecho
de Magallanes aan zitten zijn de bergen kaal en grauw. Alleen in de
kommetjes onder aan de bergen groeien af en toe in de beschutting nog
wat bomen en struiken. De belangrijkste begroeiing hoger op de heuvels,
zijn spaarzame grove kleine "bonzai" struikjes en boompjes midden in een
tapijt van hei en mos. Als we voor de nacht de lijnen naar de wal leggen
of als we een wandeling maken, moeten we ons een weg banen door en over
een verend mostapijt.
We hebben voortdurend, jonge, zeeleeuwen om ons heen; het is
peuterspeeltijd. We komen ze regelmatig springend tegen. Tegen de avond
ontmoeten we in de
Op de Estrecho de Magallanes, doorgaans een beruchte zeestraat met stevige stromen, stormachtige winden en hoge golven is het windstil. Bij het naderen van de Paso Ingles, een van de smalle passages in de straat, loopt de snelheid terug. We hebben tegenstroom en lopen een aantal uren nauwelijks meer dan twee knoop over de grond. Gelukkig keert het tij -ook letterlijk- als we bij de Paso Tortuoso zijn. We lopen weer voldoende snelheid en kunnen weer verder. Er is inmiddels een lichte oostelijke wind op gestoken. We aarzelen; varen we de nacht door of kiezen we voor een veilige ankerplaats en varen de volgende ochtend vroeg weer verder? We kiezen, verschrikkelijk naïef, het laatste en zetten koers naar de Caleta Notch (53.23,23S/72.48,7W). Voor de schemer zijn we er. Alleen de geplande ankerplaats is nergens te vinden. Uiteindelijk leggen we het anker erin in een ondiepe passage en leggen drie lijnen naar de wal om de boot op zijn plaats te houden. We slapen onrustig; we liggen op de wind en er blijft een risico van valwinden. De barometer valt hard. Om 04.00, drie uur voor het licht wordt, zijn we allebei klaarwakker. Het voelt niet goed. Het regent en de wind is al toegenomen. In het aardeduister maken we op de wal, klimmend en klauterend door de bush, de lijnen los en lichten het anker. Voorzichtig sluipen we een uur later de Caleta weer uit. Zachtjes varend op de elektronische kaart volgen we het "elektronisch" spoor van de invaart, de vorige avond, weer terug. Volgens het laatste weerbericht hebben we matige oostenwind tot midden op de dag voor deze naar het noordwesten gaat draaien en belangrijk in kracht toeneemt. Voldoende tijd om een van de laatste ankerplaatsen op de Estrecho de Magallanes te bereiken. Nauwelijks op de Estrecho aangekomen worden we door de wind opgepakt; 25-30 knoop wind uit het zuidoosten, 7 bf. We snellen vooruit en lopen alleen op het voorzeil al 7 tot 8 knoop. Het stroomt van de regen. Dit klopt niet; de wind is vele malen harder dan voorspeld. Ook de richting klopt niet meer. Kennelijk is het slechtere weer eerder gekomen. We nemen geen risico en lopen de eerst komende ankerplaats weer aan. Om 8.00 uur liggen we achter het anker midden in de baai van Playa Parda. Rondom ons een theater van bossen en watervallen met op de hogere ring kale rotsen, struikbegroeide hellingen en sneeuwvelden. Aan het
eind van de ochtend lijkt de inmiddels noordwestelijke wind weg te
vallen. Het wordt droger en de zon breekt zelfs door. Heel even slaat de
twijfel toe. Zijn we dan toch te vroeg gestopt? Een blik op de wolken
leert dat het "hoger" nog steeds hard waait. Dan vallen rond het
middaguur de eerste valwinden over ons heen naar beneden. Toch de goede
beslissing genomen? Er trekt een reeks zware fronten over het uiterste zuiden van
Zuid-Amerika. Het "episch" centrum ligt dit keer niet bij Kaap Hoorn
maar bij de uitgang van de Estrecho de Magallanes.
Dagenlang wordt het grijze weerfront steeds zwarter en
zwarter. We komen niet meer verder, liggen gevangen en wachten af. De GPS helpt de
spanning op te voeren. Door onze ligging tussen gladde, natte
ongenaakbare rotswanden mist hij regelmatig zijn satellieten. Het gevolg
is dat hij ieder uur een aantal keren waarschuwt dat we van ons anker
slaan als hij door een tekort aan satellieten de verkeerde positie
berekend. Handig als je net wakker ligt door de zoveelste racha,
williwaw of valwind die met 60+ over je dek raast. Naast de vele regen
hebben we iedere paar dagen wel een droge periode van een paar uur. Een
goede kans om een extra anker uit te zetten, meer lijnen te leggen en de
rest te controleren. Daarna stort het weer van de regen en trekken we
ons weer terug in onze schulp. Tijdens een van de dagen slaat de generator af; oil-pressure alarm. We benutten de gelegenheid van het lage oliepeil om meteen olie te verwisselen. Helaas, een uurtje later ligt er een grote plas olie onder in de boot. Na overleg met de dealer wordt de generator nog intensiever van alle kanten geinspecteerd en koppelingen aangehaald. Een van de koppelingen, achterop de generator blijft een olielaagje tonen. Met een spiegeltje zoeken we steeds verder en verder. Tot Diederik zijn vinger open haalt aan een van de oliedrukslangen. Een klein weerhaakje laat een plekje zien waar twee oliedrukslangen tegen elkaar schuiven en een schaafplek hebben; door de metalen versterking tot op het rubber van de olieslang. De boosdoener gevonden? Niet zeker. We vervangen de slangen; zetten de generator weer op zijn plaats en vullen de olie weer bij. De dagen daarna checken we na het draaien van de generator regelmatig het oliepeil om zekerheid te krijgen. Dit alles met een groot plastic kleed over de achterkant van de boot om te voorkomen dat de grote achterberging waar de generator staat compleet vol slaat met regen. Heel in de verte worden we af en toe herinnerd aan de aardbeving en haar gevolgen. Het is schandelijk te bekennen maar door onze zeer geïsoleerde verblijfplaatsen hebben we geen idee van schade en slachtoffers. Af en toe hebben we geen mail, als door een naschok en stroomstoring het Chileense landstation uit de lucht is; af en toe ontbreekt Wolfgang, de coördinator van ons radionet, als wederom door naschokken en stroomstoring zijn zender het niet doet. We horen dat de grote brug in de Pan-American Highway is ingestort. Daar moeten we overheen als we over een aantal maanden naar Nederland komen. We horen van brandstof tekorten; hoe moet dat als we halverwege onze tocht naar boven nieuwe diesel moeten hebben? Het is allemaal, schandelijk, ver weg. Tot we op de radio over Sangoma horen. De boot lag op Juan Fernadez
toen de vloedgolf de eerste rijen huizen wegvaagde. Midden in de nacht
werden ze wakker van de onrustige zee; even later dreven mensen, dieren,
huisraad en woningresten langs. Een uur redden ze wat er te redden valt
en nemen mensen aan boord; dan worden ze weggestuurd; de zee op voor hun
eigen veiligheid. Een angstbeeld herhaalt zich. Ze lagen bij Phuket toen
de tsunami daar een aantal jaren geleden op 2de kerstdag huis hield. Een week later komen Celine en Antoine, onze Franse vrienden van de
Shana aan op Juan Fernandez. Na 24 uur vertrekken ze weer. Als we ze een
paar uur later spreken zijn ze nog geschokt door de ruïne, de chaos, de
hulpeloosheid van de overlevenden. Zij kunnen niets uitrichten.
Ontredderd varen ze door; naar Paaseiland, 14 dagen verderop. Het laatste eilandje op het uiteinde van de Estrecho de Magallanes is Tamar; 30 mijl van ons vandaan. Tamar is een berucht punt in de scheepvaart. De geschiedenis laat zien dat je er soms wel 10 dagen opgesloten kan liggen. Met 7 dagen komen we al aardig in de richting. Aan het eind van de week trekt het zwaarste front over. Het ziet er lang naar uit dat we met 40 knoop wind worden verrast. Kort voor de wind toe gaat nemen trekt de wind toch iets noordelijker langs. We doen het met slechts 35 knoop en valwinden tot 50 knoop. We hebben de boot met 2 ankers en 6 lijnen vast liggen. Het rukt en trekt aan de boot. Tussen het waken door doen we een slaapje. In de loop van de nacht loopt de wind wat terug; de barometer loopt op; alleen de valwinden blijven ongekend hevig. Er lijkt een geschikt weergat aan te komen. De volgende dag zijn we druk met het binnenhalen van de extra ankers en lijnen. Dan is het tijd voor vertrek. Om 06.00 gaat de wekker; het is nog koud en donker. Hoewel het 36 uur oude weerbericht ons een windloze dag belooft staat er toch nog een behoorlijke wind. Een nieuw weerbericht is er niet; het Chileense mailstation werkt weer niet. We wagen het erop. Met snerpende racha's; strak aan de wind zoeken we onze weg over de Estrecho de Magallanes. Volgens de oude weerberichten moet er een dip in de stormachtige winden zitten; op naar Tamar. Een paar uur later bevestigt het verse weerbericht onze keuze. Als we Tamar passeren hebben we de wind flink in de rug. We eindigen na ruim 60 mijl in Caleta Darde (52.28,639/73.35,481) aan de oostzijde van kanaal Smyth. Hier duiken we de schuilplaats weer in om er pas 48 uur later weer uit te komen. Buiten huilt en giert de noordwesten wind; wij hebben weinig last. Na twee dagen breekt er een periode van minder wind aan. Met 10 knoop
wind en valwinden van 35 knoop vinden we onze weg verder noordwaarts.
Een matige dag met af en toe flinke buien brengt ons een stevig stuk
verder.
Waar we liggen in
Achter ons twee rotsplaten/zandbanken; beiden gevuld met statige Zwartnek en Coscoroba Zwanen en knalroze "Chiliean" Flamingo's. Dieren die we de hele reis hiernaar toe nog niet hebben gezien, Het klimaat is hier wezenlijk anders., Het is milder dan dicht bij de oceaan; de zon schijnt veel meer en het regent minder. Puerto Consuelo ligt in de overgang tussen de pampa's en de steile bergen van Torres del Pain. Snel nadat we het anker er in hebben liggen eindigt de zeldzame periode van windstil weer. Al vlot hebben we de 35 knoop wind weer op de kop; helaas gebruikelijk in deze regio.
We plannen met ze naar het uiteinde van de Seno Ultima Esperanza te gaan. Een mooi gebied te midden van hoge bergketens, sneeuwvelden en gletsjers. Het gebied vormt de zuidpunt van het Parque National Bernardo O'Higgins; deel van de Campo de Hielo Sur; de zuidelijke Chileense ijskap. Ultima Esperanza; de Laatste Hoop; was ooit het toneel in 1557 van de desperate zoektocht van Juan Ladrilleros, een Spaanse ontdekkingsreiziger, naar de westelijke uitgang van de Estrecho de Magallanes. De tocht was zwaar en ontluisterend. Twee dagen stellen we ons vertrek uit vanwege de wat onzekere weersituatie; de windverwachting en overtrekkende regengebieden. We maken twee wandelingen in de omgeving en genieten van het landschap met lage heuvels en grasvlakten op de grens van de pampa's en Andes. Dan moet het er toch van komen en gooien we los. Het is zonnig en droog als we voorzichtig de ondiepe wateren van de Estero Eberhardt uit koersen. De windverwachting in de gribfiles laat een matige tegenwind zien van zo'n 10-15 knoop.
Traag zoeken we onze weg verder door het water. Om ons heen betoverend mooi landschap met babyblauwe gletsjers; vuilgrauwe lawine banen en oogpijnigende sneeuwvlaktes. Aan weerszijde van ons zoeken bergbeken zich met donderend geweld een weg naar beneden, een spoor van nevel in de watervallen achterlatend. Om iedere hoek die we passeren een nieuwe vallei waar vanuit de wind zich met regelmaat in volle kracht op ons uitstort. In de verte blinkt de Balmaceda gletsjer ons tegemoet. De koers loopt recht af op de gletsjer tong. Het uitzicht groeit met het uur; de eetlust van de gasten niet. Het is heftig, bonkend en schommelend op het water. Heel langzaam neemt de snelheid wat toe; de golven worden vlakker; we komen weer beter vooruit. Als de koers nog dichter bij de gletsjer langs voert nemen de valwinden weer toe. Een baan stuivend water; de boot wordt op zij gedrukt en 48 knoop wind stort zich over ons uit. Overal om ons heen raast het van de racha's met hun typerende water en nevel zuilen die ons soms tot 30 graden uit de koers drukken. Pas als we na twee uur de gletsjertong voorbij zijn neemt de wind weer wat af. Net in de luwte, terwijl achter ons de 35 knoop wind nog steeds het water ruwt, laten we het anker vallen bij Puerto Bellavista. Een kleine inham midden tussen de ondieptes. Terwijl de mannen een lijn naar de wal uitroeien draait de boot achter het anker en schuift op een bank. Met veel moeite lieren we de boot los terwijl de bijboot met de buitenboordmotor het achterschip opduwt. Als alle lijnen liggen en de boot midden tussen de ondieptes op z'n plaats ligt valt de avond; de eetlust is weer terug. De volgende morgen regent het; het is windstil. Door de bewolking is vaag de zon te zien maar een kletsnat wolkendek op nauwelijks 100 meter hoogte voorziet ons de hele dag van regen. Het zicht is matig. Ingeborg en Dirk-Jan klauwen zich door de bush en verkennen de omgeving. Vanaf een heuveltop hebben ze een mooi gezicht op de boot en de Ultima Esperanza. Die nacht neemt de wind weer toe. Als we de de dag daarop wegvaren is de verwachting wederom 12 knoop wind uit het noordwesten. We hebben echter meteen weer 35 knoop wind. Het gaat hard, op de kotterfok en later de kluiver lopen we tegen de 8 knoop onder de gletsjers door. Aan het eind van de middag zijn we weer terug in Puerto Consuelo. De bemanning is nog compleet en in leven. Hoe anders verging het in 1557 Juan Ladrilleros. Hij vond de uitgang maar vrijwel zijn hele bemanning liet daarbij het leven. We brengen Dirk-Jan en Ingeborg terug naar Natales van waar ze naar
Torres del Paine gaan.
Na het afscheid van onze gasten reizen we terug naar Puerto Natales. Om 23.00 zijn we weer aan boord. Naast een leuke dag; veel kilometers pampa en een imponerende gletsjer hebben we in ieder geval de stempels in ons paspoort kunnen vernieuwen. Nu zijn we weer 3 maanden welkom in Chili en kunnen we verder richting het noorden.
Op weg naar Puerto
Natales;
Meer
Foto's
Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur. |
|
aan de |