Rhythm of Life op wegVerder op weg; op naar de Puerto Montt!
I
We eindigen in Puerto Millabu (45.44/74.36); vroeg naar bed en eens lekker bijslapen. De volgende ochtend varen we alweer bijtijds. Nog niet buiten zitten we al weer midden tussen de Vinvissen. Een paar keer zo dichtbij dat we zelfs hun rug en rugvin kunnen herkennen. De hele dag loopt de route tussen de hoge bebosde heuvels, klaterende watervallen en smalle ondieptes. Zo nu en dan zwemt een zeeotter een stukje met ons op. Overal duiken ook weer pinguins op langs de boot. Een eenzame dolfijn zwemt snel voorbij. De enige moeilijkheid in dit fraaie stuk zijn de stroom versnellingen. Af en toe kolkt het water om ons heen en hebben we 3 tot 4 knoop stroom mee. We gaan uiteindelijk voor anker in Caleta Jaqueline (45.44/73/57). Caleta Jacqueline houdt ons een paar dagen vast. Het gutst van de
regen en buiten staat een stevige wind. We rollen af en toe flink op de
deining die om het hoekje onze beschutte baai in loopt. In ons kleine
baaitje mondt een waterval uit die met de regen die op ons en het achter
ons liggende eiland valt zeker vier keer zo groot wordt. We liggen na
een dag regen in een woeste rivier die ons heen en weer slingert in een
schuimende wildwaterbaan.
We brengen de tijd door met lezen; filmkijken en bootonderhoud. Het wordt duidelijk waarom we ineens ruim 100 liter water in de boot hadden staan tijdens onze tocht over de Golfo de Penas. De deksel van de watertank lekt iets en tijdens het watermaken is, terwijl we onder helling lagen, steeds maar nieuw gemaakt water, onder de deksel door de boot in gelopen. Pas na een uur pompen met alle mogelijke emmers en pompen krijgen we het water er voldoende uit. Nu de watertank maar steviger dichtgedraaid. Straks tijdens de "winterrust" eens kijken of we een vlottende schakelaar kunnen vinden die we in de watertank kunnen monteren en die er voor kan zorgen dat de watermaker afslaat als de tank vol is. Pas na een paar dagen lijkt de wind wat afgenomen. We vertrekken met de verwachting dat de stroom binnen een uur of twee zal kenteren zodat we op de vloedstroom met de voorspelde lichte wind verder kunnen varen. Wat naief naar later blijkt. De wind blijkt als we vertrekken nog niet verminderd. Na een paar uur trekt de noordenwind verder aan. Eerst tot 20 knoop; later 25 knoop en weer later 30 knoop met regelmatige uitschieters boven de 35/40 knoop. In het noord-zuid lopende Canal Moraleda/ Canal Errazuriz bouwen de golven zich geleidelijk op. Lopen we eerst nog 4 tot 5 knoop, al spoedig zakt dit tot 3 tot 4 knoop en nog een tijdje later zelfs tot nauwelijks 2 knoop. We zetten er geleidelijk steeds meer motortoeren bij, het resultaat is bedroevend. Met veel geweld boren we ons in de korte gemene golfslag; dan weer liggen we praktisch stil met nauwelijks een halve knoop snelheid; dan weer hebben we groen massief water tot boven aan de buiskap. We hebben geluk, nog net voor het donker lopen we Caleta Esteban (45.19/73.34) binnen. Nog net kunnen we in de schemer de visnetten zien liggen en ontwijken. Dan kan het anker erin. De volgende morgen lijkt het er weer op dat er nauwelijks wind is. We
wagen het erop. Een stevige meegaande stroom brengt ons in 2,5 uur naar
Puerto Aguirre. Voor het eerst in een maand kunnen we onze voorraad
verse levensmiddelen en diesel weer aanvullen. Voor de nacht schuiven we
een halve mijl op naar een nabijgelegen baaitje. In de korte tijd dat we
in Aguirre zijn maken we veel vrienden. Als we wegroeien van de kant,
horen we het huilen zelfs nog als we aan boord stappen. Op de kant staat
onze nieuwe vriend; een straathond die duidelijk meer van ons had
verwacht en nu zwaar teleurgesteld zijn verdriet niet langer de baas
kan. We hebben wat met dieren;
Sinds we varen in de omgeving van het Canal Moraleda, zitten we in
het gebied van de Salmonera's. Grote viskwekerijen (Zalm) die Chili op
hadden moeten stuwen in de vaart der volkeren; "had/moeten"; de
werkelijkheid is triest. Het idee is prachtig, zalm kweken, zoals dat
ook elders gebeurt (Frankrijk, Noorwegen) in vers stromend water; in
grote drijvende netconstructies waar het "goud" niet uit kan ontsnappen.
Een ding zag men over het hoofd. Als er teveel, monocultuur, geteeld
wordt op een te klein oppervlak dan is het risico van onderlinge
besmetting groot. Wij kennen dat in de landbouw met wisselculturen om
bijvoorbeeld het "aardappelaaltje/aardappelmoeheid, te bestrijden. Een
aantal jaren geleden is een ziekte in de zalmkwekerijen in Chiloe en de
omgeving van de Golfo de Corcovado opgetreden. Het gevolg is dat vrijwel
alle zalmkwekerijen, Salmonera's, gesloten zijn. Inmiddels, worden ze
mondjesmaat weer op gestart; sommige met een andere cultuur; anderen met
verse vis; weer anderen blijven gesloten en worden afgebroken. Op onze
tocht naar boven komen we er tientallen tegen. Na twee dagen Aguirre -wind en regen houden ons opnieuw vast- lichten we het anker. Het geluk is weer eens met ons. Er is nauwelijks wind en een behoorlijke meegaande stroom mee zodat we na 6 uur alweer 42 mijl verderop zijn. Het Canal Moreleda laat zich nu eens van een betere kant zien dan een paar dagen eerder. De bewolking hangt hoog zodat we zelfs een blik kunnen werpen, voor het eerst deze week, op de Andestoppen die parallel aan het Canal Moreleda en het Canal Ferronave liggen. Zwaar met sneeuw bedekt koesteren ze zich in de zon. Wij gaan weer meer richting de kust en duiken de Chronos Archipel weer in. Deze archipel beslaat de eilanden groep die aan de oceaankant gelegen is tussen de Golfo de Penas en de Golfo de Corvocado; aan de oostzijde van de Archipel ligt het Canal Moreleda. We treffen het. In de zon, en met redelijke
temperaturen,
We varen via het Canal Skorpios, een smal vaarwater met her en der snel stromende ondieptes naar Caleta Valverde (44.20/73.46). Af en toe kunnen we zelfs een stukje zeilen. Aan beide zijden van het smalle water rijst het regenwoud hoog op tegen de heuvels. Als we voorzichtig over de ondiepte varen horen we het regenwoud naast ons leeglopen. Nergens zien we bergbeekjes, maar voortdurend horen we het water uit de bomen, struiken en mossen naar beneden druipen. Het stralende weer houdt aan. Het is bijna warm. Onze snelheid in de snelstromende kanalen van de Chronos Archipel kent hoogte en dieptepunten. Dan weer schieten we met 8 knoop over de grond, dan weer lopen we zelfs ondanks de extra motortoeren nog maar 2,5 knoop en dreigt het na donker te worden voor we aankomen. We varen in een aantal dagen via Caleta Boca Chica (43.49,91 / 73.46,95); onze laatste ankerplaats in de Chronos Archipel, en Quellon (43.07,57 S/ 73.38,22 W) naar Estero Pailad (42.51/73.36).
De oversteek over de Golfo de Corcovado is stevig. Het waait flink,
de snelheid is prima maar de zee rolt en draait ons alle kanten uit. De
lunch smaakt ons niet helemaal. Het is weer wennen, een tocht op het
zeil.
Naar mate we noordelijker komen worden de heuvels om ons heen steeds
lager. De dichte bossen lopen zover als je kijkt over de eilanden. Vlak
voor de oversteek komen we ook onze eerste
Estero Pailad is een mooie, lieflijke, droogvallende estero met op
beide oevers boerderijen en viskwekerijen in het water. Om ons heen
vallen in het laatste avondlicht de oevers droog. Een mekka voor de
zwartnekzwanen, pelikanen, commoranten en pinguins. Het is grappig te zien hoe in een paar dagen tijd we de "bewoonde wereld" ingevaren zijn. Treffen we eerst een enkele vissersboot en veel, vaak verlaten, salmonera's, hoe noordelijker we komen hoe meer leven er om ons heen ontstaat. Regelmatig komen we vissers tegen, net als patrouille boten en "taxibootjes die de verbindingen tussen de eilanden onder houden. Tegen het weekend komen we zelfs een "lokaal" motorjachtje tegen; het eerste op onze weg sinds Mar del Plata. Pailad bevalt ons wel; we nemen het ervan en blijven lekker liggen.
Een oude gepensioneerde boer spreekt ons aan. Hij woont, eenzaam, op
een wat haveloze hacienda. De tijd heeft stilgestaan.
Daarna gaan we een stuk met hem lopen. We vragen hem of er ergens verse kaas of groente te koop is? Uit zijn antwoord, zonder kunstgebit en met een wat vertrokken lip, begrijpen we dat hij ons er zal brengen. We lopen met hem naar de lokale school en het medisch centrum (volgende week woensdag is er weer een arts of verpleegster; aan de Marea Roja ben je dan allang doodgegaan). Een paar uur later zijn we weer terug. Geen kaas of groente helaas. We krijgen wat van hem mee.
Na een paar dagen verlaten we Pailad weer; we staan vroeg op en vertrekken bij het eerste licht. Te vroeg naar blijkt. Nauwelijks buiten waait het 25 knoop, op de neus. Teveel naar onze zin. 5 mijl verder, aan het begin van de baai van Queilen, achter alle oesterkwekerijen, laten we het anker weer vallen (42.53/73.29). Werkelijk de hele baai is vol gelegd met vis, mossel en oesterkweek. Met moeite manoeuvreren we ons langs alle bootjes naar een hoekje helemaal achterin de baai. Als we ankeren, met laagwater, hebben we nauwelijks 3 meter water onder de boot. We leggen 20 meter ketting en blijven zo net vrij van de oesterbedden 15 meter naast ons. We moeten niet gaan draaien op de stroom of op de wind anders liggen we tussen de drijvers van de oesterkwekerij. Een paar uur later is het hoogwater, 8-9 meter water staat er inmiddels. De 20 meter ankerketting -eerst nog ruim voldoende om de boot op zijn plaats te houden- is ternauwernood voldoende. Meer kunnen we echter niet steken anders drijven we door de oesters heen. We dumpen 30 meter ketting extra dat als een grote hoop ketting; een stevig massief gewicht; onder ons ligt. Nu liggen we weer mooi op onze plaats; de nacht is alleen met dat gekraak en geknars van de ketting wat onrustig. Na lang aarzelen -neemt de wind nu af of niet- vertrekken we de volgende dag toch maar weer. Er komt de komende dagen veel wind aan en een beschutte aanleg plaats, zonder gedoe met de korte kettingen en gedumpte massieve bergen ketting onder de boot, is dan toch beter. Buitengekomen staat er inderdaad wat minder wind. De golven zijn woelig met stroom tegen tij maar er is goed door heen te komen. Onderweg worden we weer eens verrast door een "feestdolfijn"; springend boven water, zwevend door de lucht laat hij zich voor ons neus met een paar fraaie koprollen weer in het water vallen. Na een paar nummertjes heeft de Austral Dolfijn het wel weer gezien; op naar een nieuwe speelkameraad. Op het moment van stroomkentering komen uit alle hoeken de Pelikanen aan gevlogen. Het viel ons al eerder op dat op dat moment tientallen vogels zich verzamelen in een grote groep op het water om eens stevig te eten. Kennelijk worden de vissen op het moment van kentering zodanig opgedwarreld dat ze makkelijker gevangen kunnen worden. We lopen Marina Quinched aan;
We hebben onze bijboot achter de boot op het platform liggen. Waarschijnlijk bespaart ons dat een onaangenaam bezoek; in Piriapolis hadden Franse vrienden, Antoine/Celine van de Shana, op een ochtend een zeeleeuw achter op de scoop liggen. Zolang ze de bijboot niet opzij duwen kan ons dat in ieder geval niet overkomen. Ze brullen en grommen in de avond. Als we de kachel starten raken ze ongerust en leggen er nog een schepje boven op; pas als we ook de generator starten houden ze hun mond en vluchten weg. Voor hoe lang is nog de vraag.
Ondertussen maken wij op onze plek aan de steiger gretig gebruik van de mogelijkheid onderhoud te plegen, schoon te maken, te wandelen en in Castro boodschappen te doen. Een zonovergoten dag geeft de kans weer verder te komen. De nachten zijn koud. Bij het vertrek is het dek nog bevroren; schaatsend bewegen we ons vooruit om niet uit te glijden. Ook de steiger en de oever naast ons zijn wit aangevroren. Christien kan zich als ze het laatste afval wegbrengt maar net staande houden op het steile verijsde plankier naar de wal. William,De houten kerken van Chiloe zijn wereld beroemd. Vroeg in de
negentiende eeuw al zijn deze kerken overal opgetrokken als centrum in
de plaats. Verschillende zijn nationaal monument; 16 staan er op de Werelderfgoedlijst. Een groot aantal ligt vlak aan het strand en kijkt
uit over zee; vaak met een groot plein ervoor. De buitenkant van de
kerken is doorgaans kaal en ruw met een grote 6 kantige klokkentoren in
het midden. Bij de Fransicaner kerken (Castro) zelfs met twee torens. De
ornamenten aan de kerk zijn doorgaans in felle kleuren geschilderd; in
een enkel geval zelfs bijna Grieks azuurblauw (Tenaun). De buitenwanden
zijn bedekt met tejulas; houten shingles, een culturele
De stroom bij Dalcahue staat gunstig en met een klein beetje wind en hulp van het zeil schieten we lekker op. Halverwege de middag lopen we Mechuque (42.18.79/73.15.89) aan; een kleine plaats op het gelijknamige eiland. In de zomer is Mechuque, door z'n fraaie ligging, een gewilde toeristen uitstap. Nu is het er stil en rustig. Terwijl we ankeren ligt er al een Armada bootje naast ons om allerlei gegevens te noteren. Niet echt handig als je met nauwelijks snelheid een poging doet een verantwoorde ankerplek te vinden. In het late middaglicht is het een schilderachtige plek die ons doet denken aan de ankerplekken op de Hellford river. De wind is in de loop van de week naar het noorden gedraaid en
verspert de weg naar Puerto Montt.
Iedere dag verschuiven
de weerplaatjes en dringen weer nieuwe storingen met noordelijke winden
zich aan ons op. We blijven een aantal dagen liggen en laten de
nodige regen en 30+ wind over ons heen komen. Af en toe kunnen we tussen
de weersystemen door even naar de kant. We bekijken het dorp, een
tiental huisjes, een paar winkeltjes, een groot postkantoor en een kerk.
Het verkeer van vissersbootjes om ons heen is druk. Bij hoogwater kunnen
ze ruim achter ons langs; bij laagwater, zo'n 6-7 meter, moeten ze
nauwkeurig om ons heen manoeuvreren, we liggen dan dicht bij de
droogvallende platen. Op de platen veel vogels, een paar pinguins,
ibissen, commoranten en zwartnekzwanen. Als alles droog is ook veel
meeuwen en andere pier- en schelpdiereneters. Na een week trekt nog steeds het ene na het andere regengebied met flinke wind over ons heen. Toch moeten we ooit verder. De beslissing om weer te gaan varen is een lastige. Een storing trekt met veel wind en regen over. De ankerketting knarst en kraakt op de windvlagen. Kort na het weekend is bij het opstaan het windplaatje weer veranderd. Zoals gewoonlijk ziet het er voor over een paar dagen weer beter uit. Hoe vaak hebben we dat plaatje al niet eerder gezien? Nu even niet maar wel over een paar dagen. Wikkend en wegend besluiten we toch maar te gaan. Tijdens de overtocht over de Golfo Ancud -onze laatste voorlopig over "groot" water- hebben we afwisselend bleke zonnetjes; regenbuien en stevige grijze wolken partijen. De wind wisselt voortdurend en ...... doet qua richting inderdaad niet wat er wordt voorspeld. We hebben verschillende opties voor het laatste traject. Tot drie keer toe veranderen we van koers omdat de ene optie weer beter lijkt dan de andere of anders om.
Minder dan twee Terug aan boord breken vier weken aan van bootonderhoud, voorbereiding van ons vertrek naar Nederland en naderend grootoudersschap.
Noord van de Golfo de Penas;
Meer
Foto's
Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur. |
|
aan de n wore en |