Rhythm of Life op wegVerder noordwaarts; op naar de Golfo de Penas! ![]() Na een dag van wassen en opruimen lichten we op vrijdagochtend het anker in Puerto Consuelo en varen terug naar Natales voor de diesel, de zarpe en de laatste verse boodschappen. Helaas, ongelovige sufferts dat we zijn, het is Goede Vrijdag. In dit gedegen katholiek land betekent dat een volledig vrije dag in een reeks van een aantal dagen. Gevolg is dat vrijwel alle winkels dicht zijn, we wel toestemming krijgen om te tanken maar op de afgesproken tijd er geen tankwagen verschijnt en bovenal de gevraagde zarpe niet afkomt omdat er geen handtekening gezet kan worden door "hogerhand". We liggen aan de visserijpier en maken er maar het beste van. Gelukkig is de grote supermarkt wel open zodat Christien in de middag met een taxi vol boodschappen terug komt. Helaas niet van de lokale markt zodat we het met gekoeld en dus sneller bederfelijke groente en fruit moeten doen. Terwijl Diederik nog op de boot is, verschijnt er in eens een tankauto op de pier. Een sleepboot heeft achter ons vastgemaakt en moet getankt worden. Na enig heen en weer praten blijkt het de bedoeling ons daarna ook van diesel te voorzien. Even later hebben we weer 550 liter extra aan boord. Nu alleen de zarpe nog. Ondanks alle toezeggingen hebben we aan het eind van de vrijdag nog steeds geen toestemming. Pas op zaterdag, nadat we de boot geankerd hebben bij de Armada pier, komt er beweging in. Na nog een paar handtekeningen op de zarpe en de laatste broodschappen kunnen we weg. Geheel naar de gewoonte tot nu toe beginnen we met een verwaarloosbare wind die na een uurtje redelijk wordt en na twee uur hard, 30 knoop, en straf op de neus. Dan is het weer gedaan met het zeilen. Na het oversteken van de Golfo Almirante Montt vinden we het welletjes en lopen Bahia Easter binnen, ongeveer 25 mijl van Natales. Hoe toepasselijk om hier het paasontbijt te nuttigen.
Om ons heen blijft de sneeuw op de hoger gelegen delen van de heuvels liggen. De natuur wijzigt zijn kleuren. Naast het overheersend donkergroen zien we steeds meer geel, oranje, rood en bruin. De herfst is duidelijk begonnen. Paaszondag halen we in de loop van de ochtend de lijnen naar de wal
weer binnen en gaan we anker op. De wind is verwaarloosbaar en nodigt
uit om, met achterlijke wind via Canal White en Canal Santa Maria
richting Seno Union te gaan. Het passeren van het nauwe stroomgat
luistert nauw. Op het verkeerde moment staat er tot 12-14 knoop stroom
(tegen). Maar een of twee keer per dag (of nacht) is er een moment
waarop de passage veilig mogelijk is. We treffen het. De doorgang doet
zijn beschrijving in de pilot eer aan. Het uitzicht is prachtig. Hoewel
met name de start "windy" is met 30 knoop op de neus komen we vlot door
de doorgangen heen met een knoop of 2 stroom mee. Al snel loopt de wind
ook terug en hebben we een prachtige, wat mystieke tocht tussen hoge
bergen met diepe ravijnen, mooie vergezichten en een afwisseling van
dampige mist en laaghangende bewolking met van tijd tot tijd een zon die
kort door de wolken prikt. Het is alleen jammer dat de noordelijke wind
de hele dag, zelfs op onze zuidwestelijke koers, gewoon pal tegen staat. We eindigen in Caleta Jaime op het gelijknamige eiland (52.10.95/73.17.10). Op de heen weg naar Natales hebben we hier ook al gelegen. Er komen een aantal dagen met veel wind aan en het is aantrekkelijk hier het slechte weer af te wachten; voorraden te wecken en het eiland te verkennen. We stellen ons vertrek vanuit Caleta Jaime daarom een aantal dagen uit. Jaime, op het gelijknamige eiland,ligt in de uiterste zuidoosthoek van de Seno Union, een 20 mijl lange "zeestraat" waar de noordwestenwind de golven flink kan opstuwen. Het waait stevig en zelfs in ons beschutte baaitje lopen de golven naar binnen. Af en toe rollen we achter het anker. Vooruitlopend op een omslag naar beter weer vertrekken we een paar dagen later in alle vroegte. De eerste twee uur staan de massieve golven nog behoorlijk tegen; de bootsnelheid loopt regelmatig terug naar 2 knoop. Later, als de naderende weerverbetering ook ons heeft bereikt, neemt de tegenspoed wat af en komen we beter vooruit. Aan het eind van de middag lopen we in de zon Caleta Columbine (51.53/73.42) aan. Eindelijk weer eens een plek waar je gewoon achter het anker kunt gaan liggen zonder alle "spinneweb"lijnen naar de wal. Nu we weer op de noordwaarts lopende wateren zitten tonen de heuvels en bergen om ons heen zich weer zoals we al sinds de Straat Magallaan gewend zijn; kaal en met slechts een randje ondoordringbare bomen en struiken vlak langs het water, met in de verte de hoog oprijzende pieken en kammen van de Hielo del Sur, de Zuidelijke Chileense Ijskap. Onderweg steeds meer zeeleeuwen en dolfijnen, bij aankomst in de baai worden we verwelkomd door een dolfijnenmoeder met kind. De volgende dag treffen we weer een perfecte dag. We hoeven alleen het anker op te halen zodat we snel weg zijn. In een artikel lezen we dat de 2-koppige bemanning van een andere, Nederlandse, boot die vier jaren geleden in Patagonie rondvoer in 20 minuten alle 6-7 lijnen in hun spinnenweb kon uitlopen of inhalen. Wij, en veel anderen die we bezig hebben gezien, lukt dat niet, zelfs na bijna 4 maanden oefenen, kost het ons al snel een half uur tot een uur voor we het anker gedaan hebben en 2-4 lijnen hebben uitgebracht of ingehaald.
Afgezien van de gebruikelijke kale afgesleten rotsen, zichtbaar
getekend door de miljoenen jaren lange inwerking van wind, water en ijs,
valt het ons op hoe vlakbij het gebergte van de jonge zuidelijke
Chileense ijskap ligt. Grillige rotsen, door hun jeugdigheid nog ruw,
hoog en scherp, getooid met een vrijwel doorlopende dikke sneeuw en
ijskap; magnifieke gletsjer partijen vol scheuren en babyblauwe wanden.
Het contrast is groot tussen de kale afgeslepen heuvels vlak voor ons en
de nauwelijks 10 of 20 mijl verder naar het oosten gelegen jonge
bergruggen.
We eindigen de dag in Caleta Moonlight Shadow (51.34/74.05). Begin jaren negentig lagen onze stadsgenoten Marcel Balkenstein en Ingrid Adriaans ("5 Jaar zeilen in de schaduw van de maan") hier met hun 34 voets Moonlight Shadow, tijdens hun 5 jaar durende rondje Atlantic/Pacific. Waarschijnlijk heeft de caleta zijn naam aan hun boot en hun beschrijving te danken. Caleta Moonlight Shadow. Een van de mooiste; zo niet de mooiste caleta die we tot nu toe hebben gezien. Na de smalle entree vaar je gedurende 2 mijl in een betoverende wereld. Aan weerszijde liggen ankerbaaitjes in overvloed. Wij kiezen voor de ankerbaai waar de Moonlight Shadow, de nacht doorbracht. Het lukt maar zelden zo diep het land in te dringen en de natuur in je op te nemen. Meestal strand je in een baai aan de voet van een hoge rots. Hier varen we diep door een smalle fjord het lage eiland in. Waar we maar kijken, overal om ons heen treffen we de schijnbeuken, de varens, mossen, heide en de kleurrijke struiken met de rood-oranje "fuchsia"achtige bloemen. Hoewel de natuur geleidelijk is veranderd heeft het veel weg van de baaien aan het Beagle kanaal en Tierra del Fuego. Als we de volgende dag weer vertrekken worden we uitgeleide gedaan
door een paar kleine dolfijnen, waarschijnlijk zijn het gezien het
ontbreken van wit op de flanken, "Chilenos". We treffen het als we
verder varen. Een zonovergoten en vrijwel windstille dag. Alleen een
handdoekje en een zonnebril ontbreekt nog. De hele dag passeren we
zonnende zeeleeuwen. Lekker op hun rug; vinnentjes wijd; buikje in de
zon. Tientallen trekken aan ons voorbij. Sommigen zijn zelfs nog te lui
om te schrikken en weg te zwemmen.
Zoals gewoonlijk is het mooie weer in Patagonie maar van korte duur. Als we ons klaar maken voor vertrek stroomt het van de regen. Even twijfelen we of we wel verder zullen gaan, maar de voorspelde voorlopig laatste windstille dag willen we niet laten schieten. Goed gegokt, want binnen een uur klaart het op, trekt de lucht open en komt de zon tevoorschijn. Een mooie heldere dag volgt. We willen naar de Amalia gletsjer, met zijn 3 km brede gletsjertong
en volop beweging moet dat een mooi gezicht zijn. De hele toegang ligt
vol met ijsbrokken, sommige met een lengte /breedte van 10/5 meter. Met
een oog op het kompas en het andere oog op de vele brokken ijs vinden
we, slingerend onze weg. Dan, circa 3 mijl voor de gletsjer wordt het
ons te veel.
De dolfijnen begeleiden ons de baai weer uit en een half uur later gaan we voor anker in de, voorlopig nog ijsvrije baai, Caleta Valdivia (50.48/73.54), aan de overkant van Estero Peel. We vertrouwen er maar op dat de wind niet draait en het ijs naar binnen wordt geblazen. Het is vreemd met de Patagonische seizoenen. In het zuiden heb we vier seizoenen op een dag; hier noordelijker hebben ze er maar twee per jaar; het is of winter of zomer. Dezer dagen is het duidelijk winter. Zowel overdag als 's nachts ligt de temperatuur onder de nul graden. Regelmatig worden we verrast door ijsbuien en natte sneeuw. Af en toe hebben we, heel even, in een zeldzaam moment van opklaring, een goed gezicht op de bergen om ons heen; ruim gevuld met sneeuw en goed voorzien van klaterende bergbeken. Na een paar dagen in Caleta Valdivia drijft het ijs toch onze baai
in. Een aantal, soms behoorlijk grote, brokken, naderen ons op enkele
tientallen meters. Geen gevaar maar toch niet echt handig. Zonder dat we
ons dat realiseerden liggen we precies aan de andere kant van het
massief met de Perito Moreno gletsjer die we twee weken daarvoor met
Ingeborg en DirkJan hebben bezocht. We nemen het risico met het ijs niet
en vertrekken. We varen terug naar Canal Pitt. Tijdens het varen tussen
de ijsbrokken valt op hoever ze onder water soms nog uitsteken naar
beneden (niet zo erg) en naar opzij (behoorlijk risico). Sommige
vertonen aan het oppervlak maar een toefje van 50x50 terwijl onder water
dan nog een plaat ligt van een paar meter doorsnede. Anderen zijn
kennelijk in de loop van de tijd zo verglaast en transparant geworden
dat je ze pas kort voor de ontmoeting echt ziet.
We eindigen in Laguna Steamer Duck (50.38/74.16). Een prachtige, rustig gelegen ankerbaai. Het doet wat Scandinavisch aan. De Steamer Duck is een eendensoort die hier veel voorkomt. Naast z'n fel oranje snavel is z'n belangrijkste herkenning de manier van voortbewegen op het water. Hij kan niet vliegen. Als hij vlucht en gewoon weg zwemmen niet voldoende helpt, probeert hij over het water te lopen terwijl hij ondertussen luid fladderend met z'n vleugels probeert snelheid te maken. Het is net of je een raderboot ziet varen met twee van die schepwielen aan de zijkant; vandaar de naam "Steamer Duck. De noordwestelijke wind houdt ons vast in de ankerbaai. Er bouwt zich in de noordelijk lopende kanalen waar we in varen al bij een matige wind zoveel golfslag op dat zelfs met maar 25 knoop wind op de neus de snelheid al gereduceerd wordt tot rond de twee knoop. Er zit niets anders op dan te wachten tot de wind verder afneemt. We merken duidelijk dat de winter zijn intrede heeft gedaan. 's Ochtends is de boot van buiten drijfnat. Vocht dat, als het niet regent, pas halverwege de dag van de romp, de buiskap en de zeilen is. Vanaf een uur of 4 wordt het weer kouder en daalt het vocht weer neer op de boot. Kleren die dan nog buiten hangen zijn dan zo weer nat genoeg voor de was.
Als we weer anker opgaan in Caleta Steamer Duck, is het een
druilerige vieze natte dag. We komen maar moeizaam op gang. Gestaag valt
er wat motregen en het ziet er naar uit dat de beloofde afname van de
wind ook nog vertraagd is. Hoewel met wat aarzeling, gaan we toch maar
weer op weg. De motregen blijft ons de hele dag plagen; de wind is fris.
De laaghangende bewolking zakt verder naar beneden; het zicht wordt
minder. Als we een uur van de ankerplaats zijn varen we de mist in. Voor
het eerst na Europa hebben we weer mist. Met de radar bij zoeken we onze
weg. De pilot zegt dat we door een prachtige fjord met aan beide kanten hoge steile hellingen en schreeuwend mooie watervallen varen op weg naar een idyllisch baaitje, met de mooie naam Brumas Patagonia (50.18/74.37). We kunnen het in de druizelende mist en motregen moeilijk beoordelen. Wel krijgen we al een voorgevoel wat "brumas" betekent. Even later als het anker er in zit en de lijnen naar de wal getrokken zijn zoeken we het eens op in ons woordenboek; helaas de betekenis is MIST. Hadden we misschien toch een andere ankerbaai moeten zoeken? Twee dagen liggen we opgesloten in mist en regen voor we weer verder
kunnen. Als we de bijboot pakken om naar de wal te gaan staat er 10
centimeter water in. 100 mm van de jaarlijkse portie van 4000 tot 8000
mm regen die jaarlijks in Patagonie valt. Pogingen om foto's te maken
mislukken voortdurend. Telkens weer stort de regen in een nieuwe bui
naar beneden. Om ons heen welgeteld 18 watervallen, 3 bergbeken en twee
riviertjes. We liggen in een permanent "ruis"concert. Vooral 's avond in
het donker lopen we herhaaldelijk naar buiten om te zien waar de harde
wind vandaan komt en welke boot binnen loopt. Niets van dat al. Het
donderend geweld van de bergbeken zet ons steeds weer op het verkeerde
been.
Via Caleta Bolina (50.12/74.49) varen we in een paar dagen naar Caleta Parry, op het kleine eilandje Mason (49.38,85/74.20,60). We noteren bij het opstaan 's ochtends vorst en ook binnen in de boot is de temperatuur met 8 graden ver onder behaaglijk. Het anker opgaan vroeg in de morgen is, zo dicht bij het vriespunt, een koude klus. Terwijl we weg varen hebben we de volgende bui met hagel en regen al weer te pakken. Dik ingepakt in alle denkbare vormen van thermo onderkleding tot survival buitenpakken zoeken we onze weg verder noordwaarts. We beleven een historisch moment. Voor het eerst in drie en een halve maand zitten we weer boven de 50e breedtegraad. Op 26 december, tweede kerstdag, voeren we "Furious Fifties" in; nu passeren we die grens opnieuw en komen terug in de "Roaring Forties". Of het daarmee rustiger en kalmer gaat worden is nog even de vraag. Vanuit Caleta Parry willen we proberen de Pio XI gletsjer te bereiken. Deze gletsjer werd het eerst beschreven door de Italiaanse bergbeklimmer en pater De Agostini. Hij vernoemde de door hem verkende gletsjer naar de ervaren bergbeklimmer en later Paus, Pius XI. Deze zeer ijsrijke gletsjer is maar incidenteel en dan nog slechts alleen met goed weer bereikbaar. Als gevolg van de aardbeving, nakomende aardschokken en herstel van
de aardbevingsschade valt het landstation van Sailmail in Chili
regelmatig uit. We varen drie dagen zelfs zonder een behoorlijk
weerbericht; worden door de Armada achterna gezeten omdat we onze
positie niet doorgeven en ontvangen langdurig de melding dat er "no
traffic" voor ons is. Pas aan het eind van de week komt voor het eerst
de mail zonder belangrijke vertraging binnen. We zijn, net als andere
boten in dit zuidelijkste deel van Zuid Amerika, ernstig onthand. Een
klein gaatje in het zendschema van "Panama" 6500 kilometer noordelijker
levert ons een mailtje van de dochters: ook zij zijn ons kwijt. Gelukkig
kunnen we ze in dat zelfde "zendgaatje" van 5 minuten met een 1-regelig
mailtje gerust stellen.
Zodra er een gat in de bewolking ontstaat laten we Caleta Parry achter ons en vertrekken naar de Pio XI gletsjer. Deze gletsjer ligt precies aan de andere kant van de veel beklommen, Argentijnse berg, Fitz Roy. Na een half uur trekt het alweer dicht. Op de wind kunnen we de boot in elk geval even flink laten doorwaaien. Het vocht aan boord begint een groot probleem te worden. Zeker nu het dagelijks lang regent, koud is en de luchtvochtigheid stevig boven de 85% ligt. We krijgen het vocht binnen in de boot bijna niet meer weg. Overal waar houtwerk aan boord tegen aluminium stringers, spanten en metalen vlakken (tanks, maststeun, zwaardkast) staat trekt, ondanks de isolatie, het vocht op in het gefineerd plaatwerk. Bij het binnenvaren van de Seno Eyre, de aanloop naar Pio XI breekt
de hemel weer open. Recht voor ons ligt, als een Duitse autobahn,
twintig mijl verderop, de machtige ijstong van deze gletsjer, een van de
grootste en meest indrukwekkende van Zuid Amerika. Bij een blik door de
kijker doemen ook de ijsbergen op. Grootser en omvangrijker dan we tot
nu toe, zelfs bij de Perito Moreno, hebben gezien.
We kunnen de gletsjer goed naderen. Tot vrij dicht bij valt het ook
met de hoeveelheid kleine verraderlijke brokken mee; de grote brokken
zijn goed zichtbaar en te omzeilen. We varen een stuk parallel aan de
gletsjer op korte afstand. De verschillende blauw tinten zijn in het
late middaglicht weer geweldig om te zien. Voor het eerst hebben we
naast de grote brokken en growlers ook echte ijsbergen op onze weg.
Sommige meer dan 10 meter hoog, diep blauwgroen, anderen vlakker maar
met een immense breedte en de nodige ijs, sneeuw en rotsbrokken erop.
We varen er voorzichtig omheen. Even kijken we de andere kant op en
plotseling liggen we stil. De boot heeft zich vast gevaren in een groot
veld, honderden meters, drijfijs. Een soort crush ijs met een 50%
ijs/50% water gehalte. Met de nodige moeite, schroefgeweld, weten we ons
er weer uit te manoeuvreren. Als alle foto's gemaakt zijn gaan we op
zoek naar een baai voor de nacht. We eindigen in Bahia Elisabeth/Caleta
Sally (49.13/74.06) op korte afstand van de gletsjer.
Elisabeth varen we via Caleta Piemonte (49.24/74.22), naar Puerto
Eden (49.08/74.25). We hopen er naast een voor ons gereedstaand vat
diesel van 200 liter, ook van internet gebruik te kunnen maken. Puerto
Eden is het eerste Chileense dorp na, hemelsbreed 375 kilometer
zuidelijker gelegen, Puerto Natales.
De omgeving bestaat uit drassige veen/heide moerassen. Nauwelijks 50
huisjes liggen hier in een aantal gemeenschappen om het baaitje. Om van
woning naar woning en van buurtschap naar buurtschap te komen zijn lange
plankier/steigers gemaakt waardoor men boven de drassige gronden droge
voeten kan houden. Kilometers houten "trottoir" liggen langs de baai en
over de heuvels om alles aan elkaar te verbinden. De overheid heeft
recent een nieuwe school neergezet; er staat een nieuw postkantoor en
ook de politiepost is vernieuwd. Tweemaal per week doet de Navimag, de
veerboot van Puerto Montt naar Puerto Natales, het dorpje aan en brengt
een bootje wat verse levensmiddelen, diesel en eventuele bestellingen.
De gemeenschap lijkt te bestaan van schamele visserij, het verzamelen van schelpdieren en een marginaal stroompje toeristen. Naast de paar jachten die hier jaarlijks aanleggen, bezoeken soms toeristen, meegekomen aan boord van een van de ferries, het dorpje. De schijn van relatieve welvaart bedriegt. Sinds er een voor mensen dodelijke gif (Red Tide; Alexandrium catenella) in de schelpdieren zit gaat het steeds verder bergafwaarts met de gemeenschap. Ook de visvangst stelt nauwelijks wat voor, zeker nu een ziekte in de zalmkwekerijen, noordelijker, ook die bedrijfstak heeft "stil"gezet. De inwoners krijgen al jaren steun van de overheid en vanuit de internationale wereld. Het blijft een lastig dilemma; zelf inkomen verwerven lukt feitelijk niet en de overheidssteun stimuleert dit ook niet echt. Her en der liggen nog wat vissersbootjes op het strand; op hun kant; onder een dekkleed, een wankele "compositie" van planken; balken en een stuurhutje. Of ze ooit weer varen is de vraag. Lopend door het dorp valt op dat veel huisjes na 1969, toen het dorp door de overheid werd ingericht, nauwelijks meer onderhoud hebben gehad. Een contrast met de nieuwe "gemeenschaps" gebouwen, de nieuwe steiger en het werk aan de nieuwe houten huisjes voor de verkoop van "handicraft" aan de paar toeristen die in de zomer langs komen. Een magere kans voor de bevolking nieuwe inkomsten te vergaren.
Als we Puerto Eden achter ons laten is het windstil. Helaas blijft in de rustige atmosfeer ook het miezerige, mistige weer hangen. We hebben onze verse voorraden beperkt en duur, een klein beetje kunnen aanvullen; internet bleef het internet helaas voor ons onbereikbaar. Er staat op te weinig spanning, ca 180 volt, op het lokale elektriciteitsnet. De computer in de school doet het niet. De bewolking hangt laag en onttrekt de omgeving aan ons zicht. Jammer
maar helaas. Bij goed zicht loopt de tocht noord van Puerto Eden door
een van de, voorlopig laatste, gebergte gebieden voor we de lagere,
dicht bij de oceaan liggende heuvels bereiken. We zien er weinig van.
Maar heel af en toe prikt een straaltje zon door de nevel als de
bewolking korte tijd iets dunner wordt; even later trekt alles weer
dicht en zitten we weer in de nevels. We lopen Caleta Yvonne (48.40/74.19) aan. Zelfs de dierenwereld houdt zich koest. Geen dolfijnen, geen zeeleeuwen, zelfs geen otters dit keer. In de verte zien we af en toe door de gaten in de laaghangende bewolking stukken van de verder gelegen hoge toppen met sneeuw. We liggen bij de entree naar de Seno Iceberg. Al mijlen van te voren zien we het kenmerkende melkwitte kalkrijke water dat afkomstig is van deze voorlopig laatste gletsjer op onze weg naar het noorden. Net als we binnen varen duikt er een zeeleeuw op; hebben we in de motregen toch nog een teken van leven om ons heen gezien. Het weer de laatste dagen helpt niet bij het verdrijven van het vocht. De omgeving is dampig, mistig en nat; zonder wind een verstilt plaatje. Boven ons breekt de bewolking wat; het water blijft dampig. Het eiland dat vlak voor de ingang ligt is vanaf de boot niet meer te zien. Waarschijnlijk heeft de kaartenmaker daar ook al last van gehad. Het ligt op de electronische kaarten duidelijk aan de verkeerde kant van de ingang. Het gaat wel vaker fout hier. Midden in het Canal Messier, ons thuiswater dezer dagen, ligt de Capitan Leonidas, jaren geleden liep deze stoomboot op een rots midden in het vaarwater. Het duurt even voor we het in de mist opdoemende silhouet kunnen plaatsen. Om ons heen bontgekleurde natuur. Geleidelijk nemen de rood en geel tinten bezit van de omgeving. Huizenhoge varens doorbreken de hegemonie van het lage ondoordringbare struikgewas. De afwisselende groentinten maken het geheel tot een plaatje. Wat hoger komen we voor het eerst ook de cypressen tegen. Nieuwkomers in het bosbeeld dat langzamerhand onze wat noordelijker positie markeert. Voor een wandeling de wal opgaan is vaak onmogelijk. De taaie struiken, lage schijnbeuken en talloze in elkaar verstrengelde takken en stengels blokkeren de weg succesvol. De grote hoeveelheid water die hier jaarlijks valt maakt het tot een regenwoud. Een bossage waar slechts met een flink kapmes in de hand een weg door heen is te vinden. Opvallend is dat de bossen inmiddels tot ver op de bergen dicht op elkaar groeien. Een duidelijke verandering ten opzichte van de smalle bosstroken onder aan de kale rotsen in het gebied boven en onder de Estrecho de Magallanes.
Geen ijsbergen dit keer; het water is de laatste mijlen bezaait met
grotere en kleinere ijsbrokken. Slingerend tussen de brokken zoeken we
onze weg.
We zitten inmiddels op de 48e breedte graad, zuid. In Europa de hoogte, noord wel eens waar, van Brest. Het grootste verschil is de golfstroom, hier tot bijna boven in Zuid Amerika, de Humboltstroom die polair water tot bijna bij de evenaar opstuwt. In Europa is het de warme golfstroom die tot op grote hoogte havens ijsvrij houdt. 60 mijl boven ons ligt de Golfo de Penas, de Golf van de Smarten; de Straf; de Pijn. Deze "Pijn"golf is gevreesd. Net als bij de Golf van Biskaye stuwt de oceaan zijn golven van grote diepte het continentaal plat op waar ze kort en steil kunnen groeien tot meer dan 10 meter. De oversteek van de Golfo duurt ca anderhalve dag. De kunst is een moment voor de oversteek te vinden waarop de zee bij de doorgaans harde noordelijke winden tot rust is gekomen (na 48 uur) en er geen wind of een zuidwestelijke wind waait (doorgaans 1 a 2x per maand). Voorlopig ziet het er nog niet naar uit; we wachten geduldig op onze kans. We liggen een aantal dagen in Caleta Yvonne. Het regent pijpestelen en er staat een flinke wind. Als het na een paar dagen wat beter lijkt halen we snel de lijnen binnen en het anker op. Nauwelijks buiten de ankerplaats hebben we 32 knoop wind op de neus. We draaien om en varen terug. De volgende dag doen we een nieuwe poging. De beschutting van onze ankerplaats verrast ons weer. Natuurlijk zijn we door de ervaring, een dag eerder, beter op onze hoede, maar onmiddelijk na vertrek staat er vanuit het niets 20-25 knoop wind, "slechts". Al vlug loopt de windsnelheid gelukkig ook weer terug naar nauwelijks 2 a 3 knoop. Een rot en venijnig stuk water met holle korte golven die de boot bij het minste of geringste afstoppen ligt voor ons. De wind komt op het Canal Messier over de hele Golfo de Penas, over een afstand van 100 mijl aanrollen en drukt de golven voor zich uit. De hele dag blijven we in de korte golfslag varen met een nogal ingehouden snelheid; meer gas geven helpt niet echt. Het laatste uur lopen we op tegen valwinden van rond de 30-35 knoop en bijbehorende nog steilere golven; het schuim verwaait vervaarlijk om ons heen.
Wij sluiten ons weer op aan boord, weg van deze druppende kabouterwereld. Al weer twee jaar geleden lieten we in de vroege ochtend van 28 april 2008 de haven Drimmelen achter ons en begon onze reis. Het regende en er stond een kille aprilwind. Het is dezer dagen niet veel anders. De regen stroomt onophoudelijk naar beneden om ons heen en ook de wind is bepaald niet warm. Met een drankje vieren we ons "tweejarig" jubileum; in tegenstelling tot vorig jaar toen we ons 1-jarig vertrek herdachten naast een defecte generator en een koud pilsje, doen we het nu met een warme chocolade melk en een toenemend aantal electronische apparaten die door het vele vocht beginnen te storen. We worden dagelijks met ons neus gedrukt op het feit dat we in een omgeving liggen waar jaarlijks 8000 mm regen valt. In dit theater van wind en regen, razen de wolkenflarden langs. Onder ons storten talloze bergbeken hun water in onze ankerbaai. Een krachtige stroom van harde wind rukt aan ons. Zelfs op de, beschutte, ankerplaats waait het 25 /30 knoop. De boot wordt alle kanten uitgeworpen. Gelukkig liggen we aan 3 lijnen en bijna 100 meter ankerketting. Even wagen we ons buiten om de lijnen te controleren. Nat en verwaait keren we weer terug. Uit voorzorg hebben we de bijboot schuin opgehangen onder de beugel; het water kan zo weer meteen weg lopen. In de verte een donderend geweld. De grote waterval halverwege de ingang vindt met de nodige nevel en schuim zijn weg in onze baai. Tot midden in het vaarwater kolkt en bruist het. Nu en dan trekt de wind verder aan. De bomen buigen alle kanten op. Buiten op het Canal Messier moet het een kermis zijn. Wij liggen beschut, voor zover dat kan, en kruipen weer snel naar binnen. We vullen de tijd met een goed boek; een film, nieuwe weerberichten en vooral erwtensoep. Juist in deze dagen nemen we ook de laatste blikken uit het "Sogeti"noodpakker tot ons. Twee jaar zeilen we al rond met de erwtensoep van de Aldi en doperwtjes/worteltjes van Sogeti. Nu, na twee jaar moet het er maar eens van komen. We teren in op de voorraden. Nog 50 mijl tot de Golfo de Penas en nog 200 mijl tot de eerst komende winkel. Als de regen even stopt vluchten we naar buiten. Een flauw zonnetje laat zich zelfs af en toe zien. We gebruiken de "flits" opklaring om te fotograferen, de was te doen, olie van de buitenboordmotor te wisselen en dergelijke. Tijdens het fotograferen, net als de camera de geest geeft(batterij op) duikt een zeeotter op naast de bijboot; een zeldzaamheid, in heel Chili leven nog maar een paar honderd exemplaren; ze zijn bedreigd. Boven ons rijst het regenwoud loodrecht omhoog. De kleurenpracht is afwisselend; de rood, geel ,groen en bruintinten komen je tegemoet. Ook als het niet regent druipt het bos continue. Het is goed zichtbaar dat we inmiddels noordelijker zijn. Het bos beeld is veel gevarieerder in begroeiing, kleuren en soorten. Als bij het opstaan een paar dagen later de ochtend zonder wind is
gaan we er snel vandoor. We benutten de stilte tussen de storingen om
flink verder te komen. Onderweg spotten we naast wat zeeleeuwen ook twee
orka's; traag zwemmen ze bij ons langs. 12 mijl van de Golfo de Penas
gaan we weer voor anker in Caleta Lamento del Indio (47.49/74.38).
Twee jaar onderweg. Twee jaar geleden calculeerden we op basis van het weerbericht wanneer we in de prille mei dagen bij Vlissingen naar "buiten" konden. Nu rekenen we voortdurend aan de oversteek van de Golfo de Penas. Twee keer per dag, als Sailmail er tenminste niet weer uit ligt als gevolg van nieuwe aardschokken, halen we het weerbericht op. Voorlopig is de verwachting nog iedere keer anders. We hebben een tot anderhalve dag nodig met zuidelijke of eventueel zonder wind. De continue noordwest stroom houdt ons echter langdurig vast. In de weergribs die we binnen halen zit iedere keer wel een gaatje dat we over een aantal dagen mogelijk zouden kunnen gebruiken; helaas is dit zelfde gaatje vaak 12 uur later al weer verdwenen en vervangen door een nieuw, natuurlijk weer verder in tijd gelegen, gaatje. Het weer is de hele week knudde. Het regent continue; soms is er een korte opklaring, doorgaans tien minuten later al weer gevolgd door een natte sneeuw of hagelbui. Op een van de dagen staat er in de bijboot na 48 uur meer dan 20 cm water; een kwart van de jaarlijkse Nederlandse neerslag. Ons verse eten wordt wat schaars. In de potjes zit nog het nodige ingemaakte eten maar echt vers fruit en groente is bijna op. Met vitaminepillen proberen we scheurbeuk, bloedend tandvlees en verlaagde weerstand het hoofd te bieden. Ook het afval begint zich op te stapelen. Verbranden werkt, in die continue regen, niet; we gaan het dus maar verstoppen. Met waadbroek, troffel en kapmes banen we ons een weg door het oerwoud om een gat in het mostapijt te maken waar we ons organisch afval kwijt kunnen. De komende decennia ligt er een hoopje theezakjes, sinaasappelschillen en koffieprut, onder het mos te wachten op vertering.
Dan is alles op eens anders. Na wat laatste buien bij de ochtendschemer begint het geleidelijk droger te worden. De grote vulkaan klompen die de omliggende eilanden vormen zijn bij de top nog lang in de wolken verscholen maar verder ziet het er op eens onverwacht redelijk uit. Na ampele discussie en uitwringen van het weerbericht besluiten we spoorslags te vertrekken. Niet over de Golfo de Penas voorlopig maar gewoon, voor het eerste traject van de "binnenbocht". Zoals zo vaak is het weerbericht weer veranderd zodat er van de oorspronkelijke veelbelovende weergaten weer niet veel over is. We besluiten daarom tot een andere strategie; via een omtrekkende beweging varen we de Golfo de Penas rond zodat we op een gunstig moment altijd nog de oversteek kunnen afmaken en anders in ieder geval in de kleinere weergaatjes in kleine stukken verder kunnen komen. Al snel zijn we weg. Een paar uur later al zitten we tussen de hoge
ruggen van de Pacificdeining. Desondanks weten we toch een redelijke
voortgang te maken. De kaartfout in deze regio is ca 1,5 mijl. Met een
oog op de dieptemeter en een ander oog op de elektronische kaart varen
we langs de kust omhoog. Na een passage tussen de grondzeeën en op
rotsklompen brekende oceaandeining bereiken we aan het eind van de
middag een goede plaats voor de nacht. Het anker gaat erin in de
onverwacht mooie en rustige baai van Caleta Clark (47.27/74.27); een
mooi ruime plas water waar we voor alle winden beschut de nacht kunnen
doorbrengen.
Niets is flexibeler dan ons plan. Als we opstaan is het al warm buiten, De damp slaat van de boot. Alle luiken gaan open en in t-shirt en korte broek kunnen we ineens buiten genieten. Dit laten we ons niet ontnemen. De weerberichten zijn weer gewijzigd. We blijven voorlopig toch maar wat langer in Caleta Clark en varen even nog niet verder noordelijk voor ons rondje Penas. Mogelijk doet zich in de tweede helft van de week een mogelijkheid voor om de Golfo rechtstreeks over te steken. Ook Caleta Clark weet ons uiteindelijk lang vast te houden. Het weerplaatje is weer anders. Gelukkig is het een paar dagen ongewoon (althans voor ons) mooi weer. We kunnen de droge dag goed gebruiken. We ventileren de boot grondig, wassen en kunnen de was lekker buiten drogen, verbranden ons vuil en voorzien de mast van een nieuwe marifoonantenne en antennekabel en kunnen zelfs de benen weer eens strekken. Een stevig koufront met harde wind houdt ons na het mooie weer, weer een aantal dagen vast. Voor het eerst in maanden hebben we zelfs onweer. We zijn het wachten langzamerhand aardig zat. Gelukkig lijkt er eind van de week een weergat aan te komen. Heel veel is afhankelijk van de ligging en loop van een lage druk gebied dat ons juist wel zuidoostelijke wind brengt of, net wat anders lopend, zuidwest die al snel draait naar noordwest. Iedere twaalf uur is het plaatje anders. Dan staan eind van de week de seinen uiteindelijk op groen. Midden op de golf en rond het schiereiland boven aan de Golfo Tres Montes heeft een stevige zuidenwind, 30+, gestaan. Toch wagen we het erop. De eerste uren kunnen we op de afnemende wind goed zeilen. Het is mooi te zien vanaf het midden van de Golfo hoe achter ons de bergen weg zakken achter de horizon. Pas op deze afstand zie je goed hoe er nog een complete, volledig besneeuwde rug met hoge bergtoppen achter schuil is gegaan; de eigenlijke bron van alle gletsjers in de zuidelijke Chileense ijskap. Geleidelijk valt de wind, zoals voorspelt, weg. Het is zonnig en droog en op de motor, gesteund door het zeil maken we nog steeds goede voortgang. Als we Faro Rapper naderen op het schiereiland boven de Golfo den Penas krijgen we op de rand van het continentaal plat waar de oceaandeining wordt afgestopt en verhoogd een paar uur een nare rommelige, hoge deining met stevige rollers en brekers. De katterigheid slaat toe. Na het vallen van de avond en het verleggen van de koers van noordwest naar noord wordt de oceaan kalmer. De nacht is aardedonker, een nacht na nieuwe maan, maar met een gigantisch grote sterrenhemel vol "flonkeringen" en "nevels". Al weer lang geleden dat we zo van een onbewolkte sterrenhemel hebben kunnen genieten (meestal sluiten we ons om 18.00 uur als het donker is geworden op). De nacht is wat gebroken met korte slaapjes; wel weer wennen na maanden alleen maar in de kanalen varen. In de vroege ochtend, kort na het licht worden varen we Bahia Anna Pink op. Het begin van de verdere tocht naar boven.
Ten zuiden van de Golfo de Penas;
Meer Foto's
Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur. |
|
aan de |