Rhythm of Life op wegDe oceaan op...naar Fiji Eindelijk, na dagen wachten in een baai op Tonga kunnen we vrijdag
weg naar Fiji. Het is tegen de regels in, 4 dagen wachten met oversteken nadat we hebben
uitgeklaard. Als het goed is zal de wind wat af nemen en kalmeert de oceaan
wat. In de loop van de derde dag passeren we ook de 180 graden Meridiaan; de Meridiaan van de Tegenvoeters. Ooit liep over deze lijn ook de datumgrens. Die is echter op praktische (=economische) gronden in deze omgeving een stuk oostelijker komen te liggen. Ooit was Tonga het eerste land waar het nieuwe millennium gevierd kon worden. Gezien de snelheid van hun internet en staat van hun computers zullen ze daar nooit last hebben kunnen krijgen van de Millennium Bug. Niue en Samoa waren ooit de landen waar de vorige eeuw als laatste het licht uit deed. Eind december gaat ook Samoa over naar de west kant van de datumgrens; handiger denkt men daar, in de economische zone met Nieuw Zeeland en Australië. Kleine bijkomstigheid is dat het enkele tientallen mijlen oostelijker gelegen American Samoa niet naar een andere datum gaat. In analogie met Umberto Eco wordt American Samoa dan het "Eiland van de Vorige dag". Raar genoeg zegt de ligging van de 180 graden meridiaan meer iets over de machtsverschuivingen in Europa tussen de 16e en de 19e eeuw. Immers de leidende mogendheid van die eeuw, bepaalde waar de wereld begon. Bepaalde waar de "0" meridiaan lag. Zo lag de "0" meridiaan ooit over de Zuilen van Hercules, over Alexandrië, over Cadiz en Toledo, over Frauenburg en later Koningsberg, Kopenhagen, Bologna, zelfs ons eigen Goes werd ooit doorkruist door de "0"meridiaan. Lang voor men definitief besloot de "0"meridiaan over Greenwich te laten lopen, volop Engelse overmacht, Parijs was ook al afgevallen, liep de "0"meridiaan over het Canarische eiland, Hierro. De tegenvoeter van deze meridiaan verdeelde een toen net (her)ontdekte eilanden groep in tweeën. Naar goed Bijbelvast gebruik de Salomonseilanden; in tweeën gedeeld, een Salomonsoordeel.
Nauwelijks 800 kilometer van elkaar verwijderd, twee eilandenrijken, Fiji en Tonga. De laatste gaat prat op het feit dat ze nooit een kolonie zijn geweest. Alles op eigen kracht, godsdienstig en, naar duidelijk Engels voorbeeld, met een echt koningshuis en een stevige adelstand. Het land is arm als Job en peperduur. Aan de andere kant Fiji, voormalige Engelse kolonie, vele malen welvarender (geen autos meer met gescheurde zittingen, doorgeroeste deuren of ontbrekende ruiten) en beter gesitueerd. De prijzen in de supermarkt of op de versmarkt zijn, na een recente devaluatie van de munt, aanmerkelijk lager. Een vreemd contrast als geheel. We moeten onze entry fee's voor Health en Quarantine betalen, een totaal van 110 euro's, een wat prijzige uitzondering op onze lofzang op de lage prijzen. Onderweg naar het ziekenhuis, om aan onze betaal verplichting te voldoen, valt op dat ook de dorpen buiten Savusavu er redelijk welvarend uit zien. Niet alle huizen lijken volledig waterdicht en tocht vrij, maar het merendeel heeft in ieder geval een schotelantenne. Of dat nu het belangrijkste kenmerk van beschaving is is even de vraag maar het geeft wel iets aan. Een nieuw land is altijd weer verrassend. Onwillekeurig, hoe je ook
ieder land op z'n eigen wijze wil beoordelen, ga je toch vergelijken. We
zijn met onze tocht van 400 mijl niet alleen de 180 graden meridiaan
overgestoken maar ook de virtuele lijn tussen twee belangrijke
bevolkingsgroepen.
De meeste winkels en bedrijven zijn in handen van de Indiërs (en de
Chinezen). De laatste vijfentwintig jaar is er sprake van geregelde
periodes van spanning tussen de twee grote bevolkingsgroepen.
Ooit kwamen de Indiërs naar Fiji als slaaf en toen dat niet meer kon, als arbeider, op de suikerrietplantages. De rellen in 1987 leiden uiteindelijk tot een staatgreep, onmiddellijk, men was nog niet tevreden, gevolgd door een tweede staatsgreep enkele maanden later. Een nieuwe republiek werd uitgeroepen (Fiji was al in 1970, zelfstandig geworden als ex-kolonie van Engeland). Ook de (Indiase) oppositie werd in de hoek gedreven. De oppositieleider werd gevangen gezet en mishandeld/gemarteld. Dit ging te ver en de daders kregen een,kleine, boete. Een paar maanden later beging de legerleiding de fout de leider van het "ontvangst"comité te benoemen als bevelhebber van de Fijitroepen die in het kader van de VN in Koeweit aan de slag gingen. Na groots internationaal protest werd de man snel vervangen. Het werd de Indiërs in Fiji al snel te heet onder de voeten. Geleidelijk is een uitstroom van Indiërs uit Fiji op gang gekomen. In 2000 waren er nieuwe rellen, weer met als doel de Indiërs weg te jagen. Wederom werd de macht in Fiji bij een staatsgreep gekanteld. De uitstroom van Indiërs is doorgegaan. Inmiddels is nog maar 44% van de bevolking van Indiase oorsprong. De rest is naar India, de VS, New Zeeland, Australië en Engeland gevlucht. Naast de Melanesiërs, lopen er ook de nodige Polynesiërs rond, meer sluik haar en een lichtere huidskleur. Tegen over de wat kleinere Melanesiërs vallen de Polynesiers redelijk op. Zeker degene met Samoaanse trekken, groot, fors, schoenmaat 50, zijn niet over het hoofd te zien.
In de loop van de week voorzien we een drogere periode. We
vertrekken. In de dagen
daarna motoren en zeilen we via de eilanden Koro, verlaten plantages, en
Makogai, een verlaten Levuka, was ooit de hoofdstad van Fiji. Het is nu een kleine koloniale plaats. Hoe het ooit, in de Engelse tijd de hoofdstad kan zijn geweest is een raadsel. Met maar één weg vol vervallen koloniale gebouwen en een paar zanderige zijstraatjes ontbreekt het volledig aan de allure, de armoede en de derde wereld problematiek van de huidige hoofdstad, Suva. Met z'n koloniale gevels is het net een straatje in een "Wild West" stadje.
Het valt op dat de bebakening op de riffen, na het vertrek van de Engelsen in 1970, verwaarloosd is. Veel bakens missen, kaarten bevatten flinke vertekeningen en andere bakens zijn zodanig beschadigd en verschoten dat we ze pas zien als we er vlak bij zitten. Geen gebied om bij nacht door te varen. Gelukkig helpt de zon en de lichtblauw/bruine verkleuringen in het water ons om de ondieptes te onderscheiden van de diepere gedeeltes. Als we aan wal gaan in Lautoka treffen we een vieze stad vol verkeer en industrie. Niet voor niets een van de grotere plaatsen op Viti Levu. Lautoka is een van de centra van de suikerriet industrie. Het is oogsttijd, dagelijks rijden treinen en vrachtauto's afgeladen met suikerriet de stad in om hun vracht bij de fabriek af te leveren. De zwarte dampige rook van de suikerfabriek vult de lucht en slaat overal op neer. Dagenlang volgen we de weerverwachtingen voor de oversteek naar Nieuw Zeeland. Er lijkt een weergat met lichte winden aan te komen. De laatste dagen voor vertrek vullen we met het nog een keer schrobben van het hele onderwaterschip, verwisselen van de kluiver naar de 10m2 grotere genua en maximaal vullen van water en dieseltanks.
Twee dagen zijn we bezig om de aangroei er van af te krijgen. De aangroeiwerende verf is op en het zeeleven zet zich al weer vast voor je je hebt afgedroogd. Als de grote schrob en boenklus voorbij is varen we terug naar Lautoka. Er moeten nog laatste inkopen gedaan worden, de water en diesel moet woorden gevuld met de laatste liters en we willen uitklaren. Bij het uitklaren, weer een uur papierwerk, moet je de boot laten zien. Tevens faxen we onze vooraankondiging van aankomst naar Nieuw Zeeland (vinden ze daar belangrijk). Dan aan het begin van het weekend vertrekken we naar Nieuw Zeeland. Zie ook het Zeelog voor de eerste impressies en posities die we tijdens de reis al met de HF-zender op de site hebben gezet.
Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur. |
|
aan de n wore en |