Rhythm of Life op wegDe oceaan op...naar Pitcairn De weersverwachtingen zijn onzeker en vol windstiltes. Na de natuur en cultuur van Paaseiland pakken we de draad van de reis weer op. We halen 100 liter diesel en vullen de voorraden verse groente en fruit aan. We klaren uit en kunnen de 23e vertrekken. De winden zijn zoals verwacht wispelturig en uiterst kalm. De windplaatjes wijzen erop dat we tot de 30e breedtegraad moeten afzakken om de wind op te pikken richting Pitcairn. De geringe wind en de grote bocht die we maken leveren in ieder geval weer een langdurige trip op; naar verwachting zo'n 12-14 dagen. Pas als we daar zijn kunnen we zien of het verantwoord is te ankeren en aan land te gaan. Een dag of wat eerder passeren we Henderson; een Werelderfgoed van allure; immers er zijn er vrijwel geen die zo weinig bezoekers krijgen per jaar. Het is de vraag of we aan land kunnen; de kans is in ieder geval klein dat we via parkwachter, bedelaars en snuisterij verkopers ons een weg naar binnen moeten vechten. De dagelijkse voortgang op de oceaan is gering. Heel langzaam komen we verder naar het westen. Slingerend, op zoek naar wind vinden we onze weg over de oceaan. De oceaan is leeg, de vogels zijn verdwenen, geen walvis te bespeuren, geen schip te zien. Drie/viermaal daags, in principe om de 6 uur, halen we met de radio
een weergrib op; een weerkaart voor de komende dagen met alle informatie
over weer, wind en regen. Dit keer geen bocht om de passaat op te pikken
op weg naar de volgende bestemming. Om ons een weg te banen tussen de
hoge en lage drukkernen slingeren we over de oceaan. We hebben onze
handen vol aan zeilaanpassingen en koerscorrecties. Begin maart bereiken
we eindelijk de 30e breedtegraad. Na dagen van lichte wind varen we
een zone in met zware buien en, daar gaat het uiteindelijk om, meer
wind. Hoog aan de wind bij een stevige bf 6 ploegen we ons door de
oceaan. Regelmatig maken we een duik in de golven. Het water op het dek
en in de gangboorden dringt zich onder de luiken door. Er moet gedweild
worden. We leven onder helling, in de koelkast lopen de flessen leeg. We
slapen slecht. De boot raast, stampt en slaat op de golven; een
oorverdovend geraas.
De nachten zijn aardedonker, de maan is in z'n laatste dagen. Het meest "spannend" zijn de nachtelijke buien. je ziet ze niet aankomen. Zeker rond de dertigste breedte graad zijn het loeders; 90 graden winddraaiing, een windsnelheidstoename van 20-25 knoop naar 40 knoop en bakken regenwater. Overdag is het allemaal lieflijk, warm zonnig en leeg. Kan alles mooi weer wat opdrogen.
A Heel langzaam naderen we Pitcairn. Een spannend eiland, immers
ankeren en aan land gaan is lang niet altijd mogelijk. Voorlopig ziet
het weer er nog gunstig uit. Eindelijk begint het ook weer leefbaar te
worden aan boord. Dan eindelijk op dinsdag kan het anker er in. Bounty bay/ Pitcairn,
bereikt.
Nauwelijks binnen gaan we eerst aan land voor de autoriteiten
en om iets van het eiland te zien. Wie weet hoe lang ( of kort) we hier
maar kunnen blijven. We maken een korte wandeling over het eiland;
bezoeken de autoriteiten (de lokale politieman/tevens
immigratieambtenaar heeft zich speciaal voor ons in uniform gestoken.
Eigenlijk is het een groot tropisch paradijs (50 inwoners), boven op
een
De dagen na onze aankomst verkennen we het eiland. De ligplaats is
onrustig en rolt steeds op en neer; een verblijf op het eiland is dan
iets rustiger. Tenminste zolang de aarde en de vulkaan zich stil houden.
De klim bergopwaarts naar de Main Square is steil en stoffig. Toch weten
we er te komen. Na ons bezoek aan het postkantoor, de volgende de dag
komt de driemaandelijkse postboot, stappen we zomaar een huis binnen.
Het eiland, hoewel er eigenlijk alleen nog oorspronkelijk nazaten van
de muiters wonen, is zeer Brits,
een tenniscourt, honderden goed
onderhouden straatnaambordjes, overal public toilets, bankjes en
vooral heel veel picknickstafels. Carol neemt ons mee het eiland op. Op zoek naar Mrs
T, de enige nog overlevende Galapagos schildpad op Pitcairn.
Ooit, in de jaren dertig van de vorige eeuw waren het er wel 30 of 40.
Dan op vrijdagochtend een tsunamiwaarschuwing in verband met de omvangrijke aardbeving in Japan. Onze plannen waren anders. We gaan een paar mijl de oceaan op, tot waar de oceaan van kilometersdiepte omhoogkomt. Aan het begin van de middag kunnen we terug; Pitcairn heeft slechts een rimpeling van ongeveer 30 centimeter langs zien komen. In de namiddag trekt de wind naar het noordoosten. Als we in de avond weer aan boord komen rolt, klotst en slaat de boot alle kanten op. De nacht is vreselijk en niet slaapbaar. Kort na het ochtendgloren lichten we het anker. Na Pitcairn varen we via Gambier verder door Frans Polynesie langs de Austral en de Society Eilanden. Mogelijk zullen we pas half mei op Tahiti de site kunnen bijwerken. Volg daarom tot die tijd onze reis via het Zeelogboek. Regelmatig zullen we via de korte golf radio ons reisverslag daarop bij werken.
Pitcairn;
Meer
Foto's
Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur. |