Rhythm of Life op wegDe oceaan op...naar Tonga Maar anderhalve dag is het varen vanaf Savaii/Samoa naar Tonga. Een blik op het weer leert ons dat we moeten vertrekken naar Tonga; een foute gok. Na 18 uur varen is de wind al op. De motor moet aan om nog maar op tijd voor donker aan te komen. Terwijl we varen schuiven we over de gekartelde datumgrens. Om economische en sociale redenen, loopt de datumgrens
in de Zuidwest Pacific niet over
de 180gr W/E lengte graad, maar gekarteld over de land/zee grens tussen Samoa en
Tonga/Fiji/Wallis. Zo worden de inwoners in hun contacten met Australië
en Nieuw Zeeland niet gehinderd door het datum verschil. We dobberen dus
ineens van de vrijdag naar de zondag. We lopen de noordelijkste eilanden
groep aan, de Nuia's. Van deze eilanden is alleen
Niuatoputapu toegestaan als aanloop haven. De zondagsrust is heilig. We klaren op maandag in. Na een dag is het inklaren en betalen van alle fee's achter de rug; een stevig bedrag, het duurste land tot nu toe. Het eiland, bijna twee jaar geleden getroffen door een tsunami, dezelfde die ook zuidelijk Samoa trof, is straatarm. Er is nauwelijks wat
te krijgen. De inwoners ruilen hun vers waar onderling en verbouwen hun
eigen fruit en groente. Het De "eenvoud" van Nuiatoputapu is met de laatste tsunami verder toegenomen. Een deel van de inwoners woont nog steeds onder plastic zeilen of in "noodhulp" tenten. Het gezin waar we op een avond eten, de man werkt als illegale arbeider in Australië, heeft het getroffen, op hun erf zijn drie huisjes teruggekomen. Van de resten die ze hebben gevonden heeft de man des huizes een nieuw huis gebouwd; de andere twee huisjes zijn noodhulp huisjes van respectievelijk het Australisch Rode Kruis en Charitas Nieuw Zeeland. Het gezin heeft er indertijd voor gekozen aan de kust te blijven wonen; veel anderen zijn naar de door de overheid aangewezen plaats getrokken iets hoger op het eiland. Ze wonen nog steeds in noodhulptenten en huisjes; de onderhandelingen met de grondeigenaar zijn nog niet afgerond.
Terwijl Christien over het eiland loopt komt ze een aantal malen in gesprek met vrouwen op het eiland. Zo alleen lopend verloopt dat meer ongedwongen. Een van de vrouwen vertelt dat er op het hele eiland maar 20 vrouwen met een betaalde baan zijn; allemaal zorg, overheid en onderwijs. Onder de mannen is het niet veel beter, overheid, politie meer is er niet. Een van de vrouwen, zwanger van haar derde kind, heeft net haar opleiding als "leerkracht" afgemaakt heeft. Ze hoopt straks na haar bevalling, met haar kind naar het eiland van haar man te kunnen gaan en daar les te gaan geven. Haar eerste twee kinderen wonen al sinds jaren, terwijl zij studeerde, met haar man op Tafahi het vulkaaneiland tegenover Nuiatoputapu; de school heeft 7 kinderen. Het is verrassend, het wrange gegeven van de grote hoeveelheid
onvolledige gezinnen; kinderen die bij grootouders worden ondergebracht;
mannen die jaar in jaar uit in de illegale seizoensarbeid ver overzee
werken. Het geeft een heel bijzonder beeld van een samenleving die, mede
door de tsunami, zo dicht op de armoede grens leeft.
Halverwege de week is het bevoorradingsdag. Een groot supplyship, -elke 6 weken- ligt buiten het rif. Met kleine bootjes worden de goederen naar het eiland gebracht; eerst lijkt het als of hulpgoederen als vuilnis afgeleverd worden, later lijkt de levering wat ordelijker in dozen. C hristien hoort in gesprekken met een van de vrouwen, ze praat over de ruilhandel na de komst van de bevoorradingsboot, dat er maar enkelen zijn, op het eiland die zaken gewoon kunnen bestellen, met de bevoorradingsboot mee laten komen en betalen.In de Polynesische samenleving is de vrouw traditioneel verantwoordelijk voor het huishouden; de man draagt zorg voor het bebouwen van de akker, verzamelen van voedsel (hoewel we dat ook vrouwen hebben zien doen), vissen en vooral het nemen van beslissingen. De Melanesische samenleving geeft de vrouw traditioneel meer verantwoordelijkheid. Daar is ze ook verantwoordelijk voor het bebouwen van de akker. Een belangrijke verantwoordelijkheid aangezien ze daarmee het primaat heeft op de voedselvoorziening. Vrijwel alle vrouwen op dit Polynesische eiland zijn verantwoordelijk voor het bewerken van de akkers; mogelijk omdat zoveel mannen afwezig zijn, mogelijk ook een overgang tussen de Polynesische en de Melanesische cultuur.
Zo uit de losse pols een situatie die wij in Europa na de vroege middeleeuwen al achter ons hebben gelaten. We eindigen ons verblijf bij Nuiatoputapu met een "umu"maaltijd bij een van de bewoners; ze heeft verschillende papaja en taro/kokosgerechten gemaakt in de grondoven, de "umu". Een van de eerste avonden hebben we samen met de bemanning van de
andere boot een gezamenlijke maaltijd bij een van de bewoners. Het is
lekker, iedereen heeft wat meegebracht en samen wordt alles gedeeld.
Zelfs de sandflies delen mee in de maaltijd. Zeker 100 keer gebeten kom
ik weer terug aan boord; Christien niet. Door haar lange rok laten ze
haar benen met rust. Het is wel apart, een maaltijd in het donker bij
een tl-buisje op een accu, meer elektra hebben ze niet, terwijl een hond
met 3 puppies en twee luidruchtige varkens om je benen lopen te bedelen.
Terwijl we in gesprek zijn met de gastvrouw krijgen we een blik op het schoolsysteem. Dit jaar voor het
eerst kunnen ook de kinderen op Nuiatoputapu examens doen voor het
hoogste schoollevel. Een stevige inhaalslag is hiervoor nodig aangezien
er wat leemtes in de kennis zitten, over twee maanden zijn de examens.
De drie oudste kinderen van het gezin trekken er hard aan. 6 dagen in de
week (de zaterdag maar tot 12 uur in de middag) wordt er geblokt en
gespijkerd; van 8.00-16.00, daarna huiswerk, daarna weer van
19.00-22.00, weer wat huiswerk en vroeg op de volgende dag voor het
laatste huiswerk. Kennelijk sluit de traditionele school nog niet echt
volledig aan op het Tonga High School system. Na een aantal dagen steekt de wind op. De nachten zijn onrustig met veel wind, swell en gehobbel. Telkens als we verwachten dat de wind afneemt zet deze toch weer door. Tot ver in het weekend blijft de wind stevig doorstaan. Dan rest nog slechts het schoonmaken van de waterlijn, opruimen van de bijboot en weghangen van de buitenboordmotor. De volgende dag kunnen we er bij het krieken van de dag vandoor. De start van de tocht, 1 nachtje over, is windexplosief. Het waait nauwelijks als we vertrekken; het grootzeil staat alvast ongereefd klaar (eigenwijs als ik ben). Een bui nadert ons, daar hebben we er al zoveel van gehad, doorgaans zonder al te veel wind. Net als we de pas uitvaren barst er een megabui los met voor de variatie heel veel wind (35 kn). In de smalle rifpassage is het geen feest, om dwars weggeblazen te worden. We zetten de motor een tandje harder, vieren de schoten om de wind te laten ontsnappen, tijd om te reven is er niet. De uren daarna is de wind wispelturig, in buien draaiend en fors variërend in sterkte. Pas in de loop van de middag wordt het rustiger; alles tussen de 5 knoop en de 35 knoop zien we. Net als we de ankerplaats verlaten komen we onze schildpad nog een keer tegen. Een of meer schildpadden, Groene of Hawksbills, die af en toe naast ons op doken. We weten niet wat voor het zijn, daarvoor zie je ze tekort. Voor de bewoners van het eiland maakt het niet veel uit, graag zo groot mogelijk -deze was rond een meter- ze eten ze toch op vertellen ze trots. Het is een lekkernij. Gelukkig hebben we op zondag bij de Umu-maaltijd geen "schildpad in taroblad met kokos" gekregen.
De Vava'u groep is, hoewel ons koraalzandpukkeltje anders doet vermoeden, vulkanisch, zoals alles in en rond Tonga. De groep ligt op een reeks microplaten die in de geologisch recente tijden ten op zichten van elkaar zijn gaan verzinken en verheffen. Geen grootse bergkammen maar goed zichtbare detail verschillen waardoor er 10-tallen meters hoge ruggen en plateaus zijn ontstaan die gescheiden worden door honderden meters diepe troggen; Platentektoniek, in een geologisch erg instabiel gebied, in het klein. In de honderden jaren achter ons zijn op de ondiepste gedeelten koraalformaties ontstaan waardoor dit gebied beschikt over mooie duik en snorkelgebieden. Het aardige is dat op de uiterste rand, zoals in vrijwel elk lava/koraal atol, koraalzand ophopingen/aanslibbingen zijn gevormd, de zg Motu's. Kleine koraalzandeilandjes op de rand van rif en oceaan. Vaak zijn dit de plaatsten waar de grote rovers, haaien, tonijnen, barracuda's etc zich het lekkerst voelen en goed gespot kunnen worden. Na een nacht bij het piepkleine Fonuafo Ou, hoewel midden in de branding lagen we rustiger dan we hadden verwacht, zetten we koers naar de hoofdplaats. Ons permit moet vernieuwd worden en er moet ook dringend een bezoek aan de markt gebracht worden. We gaan voor anker in Old Harbour; mooi beschut en als enige. Het anker ligt er nog maar nauwelijks in, of 150 meter verderop begint
een begrafenis.
Als we de volgende dag naar de autoriteiten en markt gaan doen we een
aparte ontdekking. Aan de andere kant van de vulkaankam, nauwelijks 10
minuten lopen, treffen we de ankerbaai aan de voet van de stad. Zeker
100 jachten liggen aan ankerboeitjes (10 Tongan dollar/dag). De plaats
bruist van de jachtopvarenden; zelfs het internet café heeft zich er
speciaal (kaarten etc) op toegelegd. Het lijkt wel of we tijdens een
hele drukke tentoonstelling met boordevolle parkeerterreinen een stil en
afgesloten plekje vlak achter de Jaarbeurs hebben gevonden. Wij alleen
in onze baai, zij met z'n honderden en beiden net zover lopen naar de
plaats. Zijn wij zo goed in afgelegen plekjes of zijn de andere zeilers
van die kuddedieren?
Het eind van de week is winderig, nat, koud, druilerig. Meer valt er niet van te zeggen. Een dekbed, een fleeceshirt en een lange broek markeren Patagonische omstandigheden; even geen T-shirts, topjes en lavalava's. Iedere dag hopen we dat het morgen beter wordt. Gelukkig kunnen we de hele dag binnen in de kajuit, lezen en schrijven en plannen maken. Na het slechte weer van het weekend lichten we op maandag het anker, de zondag, zo recht voor het dorp, lijkt ons in het Christen orthodoxe Tonga niet gepast. Na twee tussen stops gaan we een dag later voor anker bij het eilandje Taunga; de eerste dag genieten we volop van het prachtig gezonde rif.
Nergens nog zagen we zoveel vis, zoveel visscholen en zoveel afwisseling
in de koraal. Al in het begin van onze aanwezigheid ontdekken we dat we
op een toplocatie liggen voor de etende en zogende Bultruggen.
Het leven aan boord brengt ook met zich mee dat we regelmatig moeten wassen en achter op de boot lekker laten drogen. Meteen als we het anker erin gooien starten we ook de wasmachine. Als een passerende medezeiler 's avonds vraagt of we de walvissen gezien hebben ontdekken we wat we gemist hebben; de was hing ervoor. De dagen daarna hebben we niet meer gewassen. Na een deskundige blik op het koraal, herkennen we ineens de naadloze overgang van het zeeleven van het koraal naar onze boot. Minder dan twee maanden na de laatste poetsbeurt; nauwelijks 10 dagen na het schrobben van de onderwaterlijn moeten we weer aan de bak. Met de 15 meter duikslang en de flessen in de bakskist hebben we twee dagen nodig om alles weer glad te krijgen. Waarschijnlijk zullen we er over 6 weken in Fiji nog wel eens aan moeten geloven; scheelt snelheid op weg naar Nieuw Zeeland en nog belangrijk het voorkomt, hopen we, een hoop gedoe in verband met de strenge regels in Nieuw Zeeland (en Australië) met betrekking tot de biofouling. De ongewenste, illegale import van allerlei onderwater beestjes die het schone kustwater van deze landen bedreigen; simpelweg mee gekomen met ballastwater en onderwateraangroei. Wij speuren ons dus een rotje onderwater naar de Mediterranean Fanworm, de Styela Clava Seasquirt, de Eudistoma Elongatum Seasquirt, de Red Imported Fire Ant en hun vriendjes.
Het is eigenlijk een rare wereld waarin we rondvaren. Van de 171 eilanden die gezamenlijk het Koninkrijk Tonga vormen is is minder dan een kwart bewoond. Bewonen is dan, zeker hier in de Vava'u groep nog een groot woord. De meeste bewoonde eilanden worden maar door enkele gezinnen bewoond. Na de hoofdplaats Neiafu hebben we gedurende deze week alleen gelegen bij gemeenschappen van hooguit 5 huizen/5 gezinnen. Wat fruit, wat visserij, het duiken naar inktvissen, zeesterren en zeekomkommers meer is het niet dat ze op het eiland kunnen doen. Het is grappig. Op elk van deze eilanden staat altijd wel een kerk, Methodisten; meestal Church of Tonga of the New Church of Tonga. Ook dit land kent zijn godsdiensttwisten; z'n rekkelijken en preciezen. Keurig om 05.00 in de ochtend -om 06.45 wordt het pas licht- worden we elke ochtend gewekt door het luiden van de klokken; zelfs op de eilanden met slechts 5 huizen. Een van de wonderen van de Pacific, is de ongelofelijke soorten
rijkdom. Ieder eiland( of eilanden groep)is op zich vaak karig bedeeld
maar met elkaar zijn ze ongelofelijk rijk. Hoewel Darwin hier in Tonga
niet beleden zal worden, is het juist zijn theorie (Origin of Species;
Survival of the Fittest) die in de Pacific het best tot uitdrukking
komt. Ieder eiland heeft in de afgelopen duizenden; wellicht miljoenen
jaren, een geheel eigen ontwikkeling gekend. Door het volledig ontbreken
van landcontact heeft migratie zoals dat in de dieren en plantenwereld
van de Amerika's, Europa/Azie/Afrika op grote schaal heeft plaatst
gevonden hier nooit gespeeld. Per eiland levert dat een relatieve soort
armoede, maar tegelijkertijd ook een enorme rijkdom aan endemische
(elders niet voorkomende) soorten. De enige uitzonderingen zijn wellicht
de zeevogels die het best van alle dieren tot migratie instaat zijn. Zo
leven er van oorsprong maar twee zoogdiersoorten (afgezien van de mens)
op Tonga; tw de Bultrug en de Vliegende Vos (een grote vleermuissoort).
Iedere avond, als de schemer valt beginnen de vleermuizen te tjilpen;
als ware het krekels. Na een uur verstomt het geluid. De avond is
gevallen. Het is deze relatieve soorten armoede die maakt dat we wat missen; zo liggend in de baai, kort bij het strand mis je de apen, de papegaaien, de grote reeksen tropische vogels, de reptielen, de krokodillen en dergelijke. Pas over een tijd zullen we ze weer tegen komen; in landen waarin de natuurlijke migratie van dieren en planten eenvoudiger is geweest. Alleen een paar Groene schildpadden duiken af en toe op achterons. Toch nog enig gezelschap. Het is niet verwonderlijk dat de landen waarin we varen, en zeker straks ook Nieuw Zeeland en Australië zo veel ernst maken met hun strijd tegen de ongewenste import van niet endemisch dieren en plantenleven. Zij immers zijn de hoeders van enorme populaties van oorspronkelijk dieren en plantenleven. Het waait stevig. Een groot deel van de week blijven we achter ons anker in Vakaeitu liggen. Van rondtrekken tussen de eilanden komt niet veel. Drukkernen in de omgeving maken dat de wind regelmatig en met flinke kracht uit alle hoeken waait. Eigenlijk hebben we het plan tegen het weekend uit te klaren en naar Fiji te vertrekken. De wel erg stevige passaat dwarsboomt dit plan en houdt ons nog even vast op Tonga. Liggend achter ons anker hebben we tijd voor klussen, lezen en schrijven. Af en toe zwemmen we wat. Een rog die huis kiest onder onze boot maakt de zwempartij wat minder aantrekkelijk. Terwijl Christien zwemt komt ze, een slanke, 1 meter grote, rog tegen die verlekkerd naar haar en haar badpak kijkt. Hij is gevlekt, waarschijnlijk een Luipaardrog of een andere Tongalese rog die van kleur verschiet en vlekjes in zijn nek krijgt als hij een vrouw in badpak treft. Die dag ligt het accent bij Christien op het sprinten vanuit stilstand. Sommige klussen zijn schuiven we al weken voor ons uit. Bang, eenmaal
eraan begonnen steeds meer ellende aan te treffen. Liever in Nieuw
Zeeland straks, de WC. Toch, op een dag als de boel echt vast lijkt te
lopen begin ik er toch maar aan. Stuk voor stuk alle onderdelen in de
azijn schoongemaakt en, voorzien van nieuwe rubbers weer in elkaar
gezet. Een vieze mega klus die pas tegen het eind van de dag klaar is.
Het resultaat is niet echter naar bevrediging, de afdichtingsring rond
de zuiger heeft iets te veel speling waardoor het vacuum in de pompbuis
niet goed opbouwt. Ik hoop nog een tijdje, naief, dat we het ermee
uithouden tot Nieuw Zeeland. Misschien dat we daar eens een minder
kwetsbare wc/pompconstructie kunnen vinden die het met de gangbare
reserve materialen langer uithoudt. Zelfs na het uitklaren in Neiafu, ons visum loopt af en we hebben geen behoefte het tegen betaling te verlengen, houdt de harde wind en hoge deining aan. We verschuilen ons in een van de baaien aan de westkant en wachten rustiger weer af. Pas aan het eind van de week kunnen we weg naar Fiji. Helaas, net als we voor vertrek de tanks weer eens willen vullen valt de watermaker uit. Dit keer is het de (bedrading van?) de sonde die het zoutgehalte meet. We hebben geen reserve bij ons en zijn ook niet instaat het speciale stekkertje te vernieuwen. De komende 4-8 weken zit er niets anders dan de watertanks vullen vanuit de kraan op de wal. In Fiji blijven we een aantal weken. Daar vandaan zullen we zodra eind september, begin oktober zodra de omstandigheden gunstig zijn de oversteek, 10 dagen, naar Nieuw Zeeland maken. Het uploaden van de website zal, zeker op de afgelegen eilanden lastig blijven. Het is dan ook de vraag of we op die route de website regelmatig kunnen uploaden. Volg daarom tot die tijd onze reis via het Zeelogboek. Regelmatig zullen we via de korte golf radio ons reisverslag daarop bij werken.
Tonga;
Meer
Foto's
Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur. |
|
aan de n wore en |